De bibliotheek als schuilplaats

Naar aanleiding van Wereldboekendag kregen we onverwacht bezoek van Antwerps stadsdichter Maarten Inghels. Hij presenteerde zijn nieuw gedicht ‘Lorem Ipsum’ in onze leeszaal. Het perfecte moment om hem enkele vragen te stellen over zijn liefde voor boeken en zijn band met de Erfgoedbibliotheek.
  • U bent sinds een dik jaar stadsdichter van Antwerpen. Wat houdt dat precies in?

De opdracht is eigenlijk heel eenvoudig: ik moet zes gedichten per jaar schrijven. Maar je maakt de opdracht zo groot als je zelf wil. Bij mij groeide bijna elk gedicht uit tot een groter project of zelfs tot een boek.

Mijn grootste project was een gedicht over de Schelde, de belangrijkste motor van de stad. Ik heb de stroming van de rivier gevolgd van de bron tot in Antwerpen, een voettocht van 280 kilometer in elf dagen. Over die tocht heb ik een gedicht geschreven: 'Ik volg de rivier, ik ben de rivier'. Het verscheen als een bijzondere uitgave bij Demian, samen met een flacon met veertig centiliter Scheldebronwater.

Het gedicht 'Lorem Ipsum' startte dan weer als een klein project. Ik sprak het uit bij de heropening van het Museum Plantin-Moretus. Het is een ode aan het boek, een gedicht over woorden, over bibliotheken, over lezen en verzamelen. Wereldboekendag was het ideale moment om het in verschillende Antwerpse bibliotheken voor te dragen. Daarom werd het op een poster gedrukt die je tot een boekje kan vouwen. Iedereen kan gratis een exemplaar meenemen in de bibliotheken die ik bezocht.

  • Op de poster zijn mooie afbeeldingen te zien van boekwormen en andere vijanden van het boek. Waarom?

In het gedicht vertel ik over het boekje ‘Facts about bookworms; their history in literature and work in libraries’ uit 1898 dat ik toevallig in handen kreeg. Er staan heel mooie afbeeldingen in van allemaal vieze beesten die hopelijk niet in deze bibliotheek rondzwerven. Op de een of andere manier vind ik dit intrigerend, zo’n beestje dat zich schuil houdt in bibliotheken.

  • Een bibliotheek is uiteraard een fijne plek om zich schuil te houden. Hoe bent u voor het eerst in de Erfgoedbibliotheek terecht gekomen?

Ik kom op zeer uiteenlopende momenten en voor verschillende redenen naar de Erfgoedbibliotheek. Ik kwam hier voor de eerste keer als student aan de Universiteit Antwerpen voor een opdracht heuristiek, de nachtmerrie van elke student. Enkele jaren later, nadat in 2008 mijn debuut ‘Tumult’ was uitgekomen, stond ik op het podium in de Nottebohmzaal. Samen met Willem Van Zadelhoff en Osama Abdulrasol bracht ik op gedichtendag enkele van mijn gedichten.

Vorig jaar heb ik hier nog onderzoek verricht voor mijn gedichtbundel 'Nieuwe rituelen'. Hierin staan twee tegenstrijdige verlangens van de mens centraal: enerzijds de drang om gezien te worden en iets te betekenen, en anderzijds de wens om er niet te zijn en in de anonimiteit te verdwijnen. Tijdens het schrijven kwam ik uit op de beelden van kunstenaar Thierry de Cordier. Hij heeft een aantal werken gemaakt over de ideale werkplek voor kunstenaars en schrijvers. De kunst om te verdwijnen is een thema in zijn werk.

  • Hoe gaat u bij zo’n zoektocht te werk? Wat is uw startpunt?

Soms zit ik met een beeld in mijn hoofd waar ik over wil schrijven en dat leidt me dan verder naar andere boeken. Daar kan ik vrij maniakaal op doorgaan en volledige oeuvres doorgronden op zoek naar een bepaald thema. In de Erfgoedbibliotheek vond ik een catalogus over de Cordier die nergens anders beschikbaar was, 'De kamer der Gedachten' over de biënnale in Venetië in 1997. Die heb ik dan in de leeszaal uitvoerig zitten te lezen.

Maar ik ben een kind van mijn tijd, ik raadpleeg altijd eerst het internet. Niet alle boeken en kennis zijn evenwel digitaal beschikbaar. Dan kom je uiteindelijk toch terug uit bij het fysieke boek. Je kan op internet wel terugvinden dat de Cordier ons land vertegenwoordigde op de biënnale, maar als je het boek ziet, dan zie en voel je pas echt hoe zijn werk in elkaar zit. Dan wordt alles veel tastbaarder.

 

De poster met het Stadsgedicht ‘Lorem Ipsum’ is gratis verkrijgbaar in de Erfgoedbibliotheek, zolang de voorraad strekt. Vraag ernaar aan de onthaalbalie.

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief