Overslaan en naar de inhoud gaan
Peter Thoelen en An Renard

An Renard geeft de fakkel als directeur door aan Peter Thoelen

“Ik hoorde van sommige medewerkers dat An ambitieus is. Wel, dat zal bij mij niet anders zijn.”

Na meer dan 20 rijkgevulde jaren als directeur van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience gaat An Renard met pensioen. Al die tijd ging haar aandacht en belangstelling naar het publiek, de medewerkers, de collectie, het gebouw, de sector. Peter Thoelen is enthousiast om An op te volgen aan het hoofd van de bibliotheek. Dat vertellen beiden in dit dubbelinterview.

An, wat zijn enkele hoogtepunten uit jouw periode in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience?

An Renard: "De tentoonstelling over heilige boeken is er zeker een. We liepen al langer met het idee rond om iets te doen wat aansluit bij de gemeenschappen die in Antwerpen leven. Dat ligt ook in de lijn met de aandacht voor publiekswerking die ik altijd belangrijk vond. Het werk is zeker nog niet af, maar ik denk wel dat ik de juiste wegen vond om de bibliotheek meer naar buiten te laten komen en de Nottebohmzaal als troef uit te spelen."

"Het tweede hoogtepunt is de erkenning van de bibliotheek als een Vlaamse erfgoedbibliotheek. Daar heb ik heel lang aan gewerkt. Dat was een hele belangrijke stap voor onze positionering in de sector en naar de overheid. De Vlaamse erkenning gaf ons vleugels om de lat nog hoger te leggen."

"En dan is er het contract met Google Books, dat is de bloemekee. Meer dan 100.000 titels worden gedigitaliseerd en volledig toegankelijk. Met de 30.000 die nu al online staan halen we soms meer dan 4.000 views per dag."

 

Publiekswerking kreeg je mee als opdracht, maar was dat ook van meet af aan een persoonlijke ambitie?

An Renard: "Ik kwam van het Cultuurcentrum van Deurne waar ik 18 jaar werkte. Ik was het gewoon om met publiek te werken en ook onmiddellijk door dat publiek te worden afgerekend. En toen kwam ik in een instelling waar men dat helemaal niet gewoon was en het eigenlijk niet nodig vond om erover na te denken. Onderzoekers en studenten vonden hun weg naar deze instelling, maar dat vond ik onvoldoende. Ook beleidsmakers en het grotere publiek moeten weten waarom je er bent. Dat idee introduceerde ik hier."

 

Als je binnenkort de sleutels hebt doorgegeven, wat zal je dan je het meest missen?

An Renard: "Alles, denk ik. (lacht) Ik ben altijd bezig geweest met management - want dat is het toch - zowel in het Cultuurcentrum als hier. Als historica en bibliotheekwetenschapper heb ik altijd een bijzondere band gehad met deze bibliotheek en haar collecties. Het hele netwerk, de mensen, de fantastisch mooie plek: ik ga het geheel missen. Maar het is wat het is. Ik ben iemand die, als ze de deur dichttrekt, dat ook echt doet. Als ik nog iets kan betekenen voor de sector, dan ben ik beschikbaar en doe ik dat met plezier. Maar het is niet mijn bedoeling om hier als vrijwilliger terug te keren."

 

Is er iets wat je nog graag had gedaan?

An Renard: "Absoluut! Ik wilde graag de infrastructuur aanpakken. Van bij het begin was ik heel ongelukkig over bepaalde punten van de verbouwing uit de jaren 90. Er zijn hele goeie dingen gebeurd, maar dat men de ingang verlegde naar de Korte Nieuwstraat en het contact verloor met het Conscienceplein en met het stedelijke weefsel, dat vind ik verschrikkelijk. Bovendien moet je bij publieksactiviteiten in de Nottebohmzaal twee balies bemannen, wat niet vanzelfsprekend is. Dat wilde ik heel snel ongedaan maken. Dit is niet gelukt, maar de zaadjes werden geplant. Ik hoop - en dan moet ik naar Peter en mijn oversten kijken - dat daar toch iets mee zal gebeuren."

"De Nottebohmzaal en het hele gebouw zetten we nu wel vaker open. Maar het blijft best vreemd dat een van de prachtigste gebouwen van Antwerpen een weinig toegankelijk boekenmagazijn is. We zijn maar occasioneel open. Iedereen die The Long Room in Dublin bezoekt, vindt die fantastisch. Maar velen kennen de Nottebohmzaal niet eens. Er is nog veel werk, maar er liggen ook veel kansen."

 

Kan je een anekdote uit die meer dan 20 jaar met ons delen?

An Renard: "Tijdens een expo wees een man me op een tikfout in een van de bijschriften. 'Zeg dat maar tegen jouw baas, dan ga je een bank vooruit.' Hallo! (lacht) Vandaag is het heel normaal dat vrouwen leidinggeven, zeker in de cultuursector. Maar 20 jaar geleden lag dat blijkbaar minder voor de hand, al heb ik dat verder niet vaak ervaren.”

"Er is veel diversiteit op vlak van gender in onze sector. Op andere vlakken mag er zeker een tandje bijgestoken worden. Al 20 jaar krijgen mensen uit alle uithoeken van de wereld hier de kans om in een tijdelijk contract werkervaring op te doen. Een heel aantal is doorgegroeid, dus ons team is vrij divers. Maar dat zie je niet weerspiegeld in de staf. Ik vind dat we op dat vlak nog werk hebben. En dat geldt ook voor de samenstelling van ons publiek. Dat blijft een uitdaging voor de hele cultuursector."

 

Beschouw je bepaalde aankopen als hoogtepunten?

An Renard: "Er zijn de unieke Nederlandstalige ridderromans uit de 16de eeuw waarmee we de tentoonstelling ‘Helden in harnas’ maakten. Die konden we aankopen met steun van ons Mecenaatsfonds. Maar we zetten ook in op samenwerkingen, schenkingen en bruiklenen. We hebben immers geen groot budget. Zo kregen we de antiquarische boekencollectie van de zoo in bruikleen, waaronder het Walvisboek, een van onze erkende topstukken. We konden ook de grootste publieke Reynaert-collectie in de Lage Landen verwerven."

 

Welke toekomst wens je de bibliotheek toe?

An Renard: "Ik hoop, vermoed en verwacht dat Peter Thoelen de ambitie hoog zal houden. Dat er misschien nieuwe wegen worden ingeslagen. De inzet op de digitale werking wordt een van de grote uitdagingen en tegelijk moeten we de ontmoeting en kennisdeling nog meer gaan stimuleren. We leerden dat mensen soms naar hier komen net dankzij de digitaal beschikbare werken. Mensen ontdekken ons op die manier.”

Peter Thoelen en An RenardPeter Thoelen en An Renard

Peter, wat is jouw band met boeken?

Peter Thoelen: “Ik begon te lezen in het tweede studiejaar en daarmee ben ik nooit gestopt. Tijdens mijn adolescentie raakte ik geïnteresseerd in de wereld van de uitgevers en het bredere boekenveld. Na mijn studies communicatiewetenschappen wilde ik schrijver of journalist worden. Ik kwam echter in andere jobs terecht en was onder meer communicatieverantwoordelijke bij de Vlaamse Landmaatschappij en directeur en medeoprichter van VIBE (vzw die gezond en milieuverantwoord wonen en bouwen promoot – red.). Ik was heel erg bezig met duurzaamheid, milieu en ecologie. Maar ik bleef intussen boeken lezen. Later was ik directeur van de Groep Algemene Uitgevers (GAU) binnen Boek.be. Als deeltijds zelfstandige maakte ik in 2019, in opdracht van het Vlaams Fonds voor de Letteren (nu Literatuur Vlaanderen) een studie die het literaire middenveld en haar activiteiten in Vlaanderen in kaart bracht. Zo breidde mijn netwerk in de boekenwereld nog uit. Na een passage als coördinator van TreinTramBus werd ik begin 2020 voltijds zelfstandig. Vlak voor de corona-lockdowns… Toen de vacature voor directeur van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience voorbijkwam, wist ik meteen: dat moet ik doen.”

 

Welke ambities koester jij voor de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience?

Peter Thoelen: “Ik heb intussen vele gesprekken gevoerd met de medewerkers en met An. Haar en mijn visie op de instelling en haar toekomst lopen zeer goed samen. Ik wil het werk dat An opgeleverd heeft om de bibliotheek open te gooien zeker verder zetten. Ik hoor van vrienden dat deze instelling vroeger heel gesloten en vrij ontoegankelijk was. Dat is door het beleid van An helemaal veranderd, ten goede. Zij werkte ook aan de naamsbekendheid, maar zoiets kost tijd. Ik merk dat daar nog veel werk ligt, vooral om de instelling en haar unieke troeven ook buiten Antwerpen bekend te maken. We moeten het belang van de collectie aantonen. De Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience is nuttig en noodzakelijk. Sommigen denken misschien dat het boek als object zal verdwijnen met de toegenomen digitale mogelijkheden, of dat we historisch boekenerfgoed kunnen weggooien als het eenmaal gedigitaliseerd is. Dat is verkeerd. Ondanks de opkomst van alle mogelijke dragers van informatie, zoals film, radio, tv, CD-ROM, internet… blijven de oudste media, boeken, het langste overleven. Dat kan niet gezegd worden van de vele intussen niet meer leesbare of steeds minder gebruikte elektronische en andere informatiedragers zoals de telegraaf, telex, fax, floppy disc, CD...Het boek heeft ze allemaal overleefd. De krachten bundelen binnen de sectie Boeken & Letteren van stad Antwerpen om het concept van Antwerpen als boekenstad verder te ontwikkelen en de ondersteuning vanuit de stad blijvend te borgen, zie ik dan ook als een boeiende opdracht. We moeten met de hele boeken- en bibliotheeksector een gemeenschappelijke visie intelligent verwoorden naar alle mogelijke toekomstige beleidsmakers.”

“Jongeren zoeken weer vaker verdieping en verstilling. Die vinden ze hier. Daarom moeten we uitzoeken hoe we hen beter kunnen bereiken. Digitalisering is daarbij een evidente noodzaak, maar ook een troef. Je kan op je scherm een foto van een oude bladzijde bekijken, maar een oud boek fysiek vastnemen is een unieke tactiele ervaring. Iemand van de medewerkers drukte het zo uit: in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience kan iedereen een 16de- of 17de-eeuws boek zelf vastnemen. Je hoeft geen professor of doctor te zijn. Daarnaast vinden mensen ons ook als stilteplek: studenten komen hier studeren, anderen komen de krant lezen of het internet gebruiken. Dat is geen kerntaak, maar het vervult wel een belangrijke verbindende rol die we ook spelen.”

“Ik hoor vaak van jongeren dat ze het Hendrik Conscienceplein het gezelligste plein van Antwerpen vinden. Ik wil bekijken hoe we ons weer meer kunnen verbinden met dat plein: wat is er mogelijk met de infrastructuur en kunnen we onze interne ruimtes zowel voor bezoekers als voor het personeel optimaliseren?”

An Renard: “Ik kom net van een congres over bibliotheken en infrastructuur. Meer en meer worden bibliotheken in Europese steden als een landmark gezien. Men stelt vast dat investeringen zorgen voor een ongelofelijke toename van het aantal gebruikers. Laat dat een signaal zijn: het is een investering die de moeite waard is.”

 

Kan jouw netwerk in de boekensector helpen om met de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience meer naar buiten te komen?

Peter Thoelen: “Waarschijnlijk wel. Ik streef er ook naar dat meer uitgevers vrijwillig hun boeken aan ons schenken, al moeten we daarbij aandacht hebben voor de gevoeligheden in de sector en vertrekken vanuit de noden van onze collectie. Maar bij publiekswerking denk ik toch vooral aan traditionele én sociale media. Ook kunnen we wat betreft zichtbaarheid en naamsbekendheid nog meer inzetten op recreanten en toeristen. Uit de aard der zaak blijven onderzoekers en meerwaardezoekers wel onze belangrijkste doelgroep; we willen ook niet de zoveelste toeristische selfieplek worden. Internationale onderzoekers spelen in toenemende mate een rol in onze profilering. In het dankwoord van zijn boek over Antwerpen in de 16de eeuw vermeldt auteur Michael Pye expliciet de naam van Peter Rogiest van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Zoals vele auteurs heeft Pye een deel van z’n onderzoek hier gedaan. Een vermelding in zo’n internationaal vertaald boek is een fantastische opsteker voor iedereen die hier werkt. Ook dat soort voorbeelden is goede propaganda om onze relevantie aan te tonen.”

 

Waarvoor zal je An nog opbellen?

An Renard: “Ik heb Peter al verteld dat dat mag!”

Peter Thoelen: “Voor de interne werking van de bibliotheek kan ik terecht bij de medewerkers hier. Maar als ik An bel, zal het eerder gaan over de relaties binnen stad Antwerpen: hoe vind ik precies de weg naar de juiste contacten en op welke procedures moet ik zeker letten?.

 

Wat mogen we van jou als directeur verwachten?

Peter Thoelen: “Ik ben nogal ambitieus: ik kijk niet naar wat haalbaar is, maar wel naar wat ik zou willen behalen. Van mijn leraar motorrijden leerde ik: waar je naar kijkt, daar rijd je naartoe. Ik hoorde van sommige medewerkers dat An ook ambitieus is. Wel, dat zal bij mij niet anders zijn. (lacht) Ik ga het misschien anders aanpakken, mogelijk minder sturend zijn, maar ik ga de ambitie niet lossen.”

“Een accent dat ik ga toevoegen, is duurzaamheid in de betekenis van sustainability. Dat blijft in de hele cultuursector onderbelicht, of er wordt in elk geval te weinig over gerapporteerd. Op de sociale aspecten van duurzaamheid zijn we heel goed bezig, zo is er hier in huis een enorme diversiteit van vaste en tijdelijke medewerkers. Maar we moeten ook op vlak van andere aspecten van sustainability ons karretje aanhaken aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. We moeten meer en structureler inzetten op milieu, niet alleen in deze instelling, maar in de hele sector. Al zijn sommigen daar vandaag wel al goed mee bezig en zijn hier in huis ook al wel stappen gezet.”

Meld je aan voor de nieuwsbrief