Overslaan en naar de inhoud gaan
© Bart Kiggen

Esclarmonde: drie blikken op één fragment

Dubbel blind date met een item uit onze collectie

Wat gebeurt er als je een conservator, een onderzoeker en een dichter naar hetzelfde object uit de collectie laat kijken? We vroegen mediëvist Dirk Schoenaers om duiding bij twee strookjes perkament uit Esclarmonde, het vervolg op de ridderroman Huon de Bordeaux. Conservator Steven Van Impe licht onze deelcollectie handschriftfragmenten toe en dichter Peter Holvoet-Hanssen, in samenwerking met Noëlla Elpers, laat zich  intussen meevoeren door het verhaal waarin Esclarmonde Huon verleidt.

Blik van een onderzoeker

Flarden van een verhaalwereld: de Antwerpse fragmenten van La Chanson d’Esclarmonde

©Bart Kiggen

De voorbije decennia zijn we eraan gewend geraakt om verhalen niet langer te zien als één afgerond geheel, maar als werelden waarin je kan blijven rondlopen. Denk aan het Marvel Cinematic Universe, Game of Thrones of Star Wars: dezelfde personages duiken elders op, verhaallijnen vertakken in prequels, sequels en spin-offs, en wat ooit ‘hét verhaal’ was, wordt een kaart met steeds nieuwe zijwegen. Het effect is verslavend eenvoudig: de regels en de sfeer van de franchise blijven herkenbaar, maar iedere keer opnieuw verschijnt er aan de horizon een hoekje van het universum dat je nog niet zag. Dat spel tussen herkenning en vernieuwing is veel ouder dan film en televisie. Ook de middeleeuwen kenden narrative universes, al spreken we dan over matières en cycli: tekstclusters rond een gedeelde setting of kernfiguren zoals Artur, Alexander en Karel de Grote. Net als vandaag is de canon daarbij zelden strak afgebakend en lijkt een middeleeuwse cyclus vooral op een wereld in beweging, telkens weer gevormd door kopiëren, herschikken en opnieuw vertellen.  

 

Een sprekend voorbeeld is het dertiende-eeuwse Chanson d’Esclarmonde, waarvan in de Erfgoedbibliotheek een paar kleine brokstukken zijn bewaard. De tekst behoort tot de cyclus rond Huon de Bordeaux, waarin via de figuur van Auberon een uitgesproken feëriek element wordt toegevoegd aan het verhaaluniversum rond Karel de Grote. In dit vervolg probeert graaf Raoul, een neef van keizer Karel, Huons echtgenote Esclarmonde voor zich te winnen. Deze begeerte ontketent een spiraal van geweld die uitmondt in Raouls dood, een keizerlijke wraakcampagne en  de belegering van Huons thuisbasis Bordeaux. Wanneer de militaire situatie onhoudbaar wordt, steekt Huon de zee over om steun te zoeken bij koning Salibran, Esclarmondes oom.

Van unicum naar meervoud  

Tot voor kort gold het Turijnse handschrift (Biblioteca Nazionale Universitaria di Torino, MS L.II.14, voltooid in 1311) als de enige bewaarde getuige van Esclarmonde en ruimer het vervolgcorpus op Huon in verzen. De Antwerpse fragmenten doorbreken dat beeld. Het gaat om twee strookjes perkament met afmetingen 188 x 30 mm en 180 x 25 mm, gedateerd in de tweede helft van de dertiende eeuw en beschreven in een keurige noordelijke Gotische textualis(een in de twaalfde eeuw uit de Karolingische minuskel ontstane schriftsoort). Op de versozijde van fragment A zijn slechts enkele flarden van letters en woorden leesbaar, zelfs onder UV-belichting. Doordat de stroken sterk zijn bijgesneden, is de oorspronkelijke mise-en-page moeilijk te reconstrueren, maar bovenaan is nog een marge van ongeveer 20 mm bewaard. Van decoratie blijft er op de strookjes niets over: geen initialen, geen versiering, enkel tekst. Inhoudelijk situeert het fragment zich in het wonderregister van de cyclus. Na een ontmoeting op zee met de gestrafte bijbelse verrader Judas Iskariot worden Huon en de bemanning meegezogen naar de ‘aymant’: een dodelijke magnetische draaikolk waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt. Huon verwoordt zijn wanhoop in een korte, rauwe kreet: ‘Ach, waarom werd ik ooit geboren, als ik mijn leven moet eindigen op een dergelijke plek!’  

Tradities in beweging

Maar het Antwerpse fragment is niet alleen een nieuwe – én vroegere – getuige van Esclarmonde. De strookjes roepen ook vragen op over de overlevering en de vormen die de tekst daarin aannam. Enerzijds zijn er duidelijke herkenningspunten die aansluiten bij de Turijnse versie: enkele regels corresponderen met verzen 1055-1077 in de editie van Schweigel (1093-1115 in de editie van Brewka). Anderzijds duiken precies daar ook verzen op die in Turijn ontbreken, en vallen de omliggende passages niet samen met het Turijnse tekstverloop. Dat zijn tekenen van mouvance: middeleeuwse teksten konden uitzetten of krimpen; passages konden worden toegevoegd, weggelaten of anders gemonteerd. In de middeleeuwen betekent tekstoverlevering immers meer dan het simpelweg kopiëren van één ‘definitieve’ tekstversie. Een klassieke parallel is de Roman d’Alexandre, waar de bewaarde versies niet alleen in details verschillen, maar ook in het aantal en de volgorde van de ‘laisses’ of strofen. Het Antwerpse Esclarmonde-fragment past in datzelfde patroon.   

De winst van dit alles is helder, ook voor wie niet dagelijks met filologie bezig is. Fragmenten zijn meer dan curiosa: ze herinneren ons eraan dat middeleeuwse literatuur vaak juist leeft van variatie en corrigeren het perspectief dat één handschriftelijke versie vanzelf ‘dé tekst’ zou zijn. Een tweede getuige – al is het maar een smal strookje perkament – kan zichtbaar maken hoe middeleeuwse tekstoverlevering meestal functioneert: als een bewegende traditie, niet als een afgesloten boek.  

Dirk Schoenaers (Universiteit Antwerpen)

Blik van een dichter

Peter Holvoet-Hanssen Liet zich niet enkel inspireren door de fragmenten uit Esclarmonde,maar legde ook een link naar de ridderroman Huon de Bordeaux. Een samenwerking met Noëlla Elpers leidde tot dit prachtige resultaat voor in onze eerste editie van OverDruk.

Meld je aan voor de nieuwsbrief