De boekband, in de volksmond vaak foutief de ‘kaft’ van het boek genoemd, dient in de eerste plaats om de inhoud van het boek te beschermen. Omdat hij aan de buitenkant zit, is hij ook meteen de beste plaats om aandacht te trekken. Naast de titel en de naam van de auteur dient een afbeelding vaak om lezers te verleiden om het boek te kopen. Maar hoe fraai ook, het gaat tegenwoordig altijd om een industrieel product: elk exemplaar in de boekhandel ziet er hetzelfde uit.
Er zijn lezers die daaraan willen ontsnappen, door hun boeken verregaand te personaliseren. Op TikTok en andere sociale media zie je steeds meer jonge mensen die aan de slag gaan met hun geliefde boeken, en ze personaliseren tot echte kunstwerken. Zonder het misschien zelf helemaal te beseffen, stappen ze daarmee in een lange traditie.
In de tentoonstelling ‘Verbeelding gebonden’ tonen we het resultaat van honderd jaar boekkunst. In 1926 richtte de Antwerpse boekbindster Berthe van Regemorter een atelier op binnen de nieuwe Kunstschool voor Ambachten. Ondanks talrijke veranderingen in naam en structuur, bestaat die opleiding een eeuw later nog altijd. Aan de hand van boeken gebonden door de leraars en leerlingen van het atelier Boekkunst verkennen we wat boekbinden vandaag kan betekenen.
De tentoonstelling is opgebouwd rond vier thema’s, die belangrijke aspecten van het boekbinden belichten.
Materialen
Aanvankelijk hielden boekbinders vast aan de drie ‘klassieke’ materialen: leder, perkament en papier. Deze organische stoffen hebben hun duurzaamheid bewezen, en zorgen voor een stijlvolle uitstraling. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was het vasthouden aan deze materialen ook een manier om zich af te zetten tegen de industriële boekband, die goedkopere materialen zoal textiel, kunsthars en plastics gebruikte.
Tegenwoordig omarmen boekbinders net die grote diversiteit aan materialen om hun creativiteit de vrije loop te laten. Ze zien het overwinnen van de technische problemen die dat met zich meebrengt als een uitdaging, en zoeken tegelijk naar een eigen vormentaal. Naast plastic worden ook glas, metaal, hout en andere materialen ingezet.
Ronny Daelemans gebruikte leder, het klassieke materiaal voor een boekband, maar dan with a twist. Met zwart geitenleder, rood kalfsleder en zwart slangenleder maakte hij een patroon dat aansluit bij de inhoud van het boek. In de Franse roman Là-bas van Joris-Karl Huysmans gaat het hoofdpersonage op zoek naar de zin van het leven. Hij komt uit bij het satanisme. De ledersoorten verwijzen naar de geitenpoten en de slangenstaart van de Duivel, terwijl ook de kleuren aansluiten bij het uiterlijk van Satan.
Een band met een vossenpels, rondom een editie van het middelnederlandse dierenepos Van den Vos Reynaerde. Christine Mässer haalde dit stukje echte vos uit een oude pelsmantel. Om de kwetsbare vacht te beschermen, maakte ze ook een bijzonder doosje. Als een betoverde schatkist valt het open om zijn inhoud te onthullen.
Bindwijzen
Een boek ontstaat wanneer losse katernen worden samengebonden tot een boekblok. Traditioneel gebeurt dat door de katernen op bindingen te naaien, die op de rug van het boek meestal zichtbaar zijn als ribben. Dit is een arbeidsintensieve, maar degelijke techniek. Sinds de negentiende eeuw wordt vaak gekozen voor de holle rug. Daarbij worden het boekblok en de boekband apart geproduceerd, en nadien via de schutbladen met elkaar verbonden.
Naast deze twee klassieke bindwijzen experimenteren hedendaagse boekbinders met historische en niet-Westerse technieken, zoals de Koptische of de Japanse binding. Ook moderne toepassingen zoals de ringmap, de spiraalband of eenvoudigweg nietjes zijn aanvaardbaar, zolang ze artistiek te verantwoorden zijn. Soms laten hedendaagse makers het traditionele boekbinden zelfs helemaal los. Hun boekobjecten zijn nog amper als boek te herkennen of te gebruiken, maar verwijzen wel naar het boek als cultureel concept. In uitzonderlijke gevallen wordt het traditionele boek helemaal gedeconstrueerd, of ontstaan er geheel nieuwe vormen.
Deze band rond de catalogus van de Consciencetentoonstelling van 1912 is een zogenaamde spitselband. Daarbij worden de katernen genaaid op vlakke perkamenten strookjes, de spitsels. Die zie je aan de zijkant van de rug even naar buiten komen om daarna weer onder het voor- en achterplat te verdwijnen. Berthe van Regemorter gebruikte hier een typische techniek voor Nederlandse boekbinders uit de zeventiende en achttiende eeuw, een stevige constructie waar geen lijm aan te pas komt.
Christine Mässer
Christine Mässer pakte de zoektocht naar de essentie van het boek op een schijnbaar wetenschappelijke manier aan. Het boek werd gedeconstrueerd tot zijn essentiële onderdelen, die afzonderlijk in proefbuisjes onderzocht worden. Wat blijkt? Het boek is verdwenen. Het geheel is meer dan de loutere optelsom van de onderdelen. Pas wanneer papier, leder en touw op de juiste manier met elkaar gecombineerd worden, kan terug sprake zijn van een boek.
Decoratie
Afhankelijk van smaak en financiële draagkracht kan de decoratie sober, rijkelijk tot uitbundig gemaakt worden. Een vaak gebruikte, oude techniek is de goudstempeling. Daarbij wordt met kleine metalen stempels bladgoud op de band aangebracht. Zonder goud spreekt men van blindstempeling. Door stempels te combineren ontstaan complexe patronen en figuratieve voorstellingen.
Een andere techniek is inlegwerk: verschillende soorten gekleurd leder worden in de band ingewerkt om een afbeelding te vormen. Hierbij moet het leder eerst geschalmd (verdund) worden om een vlak oppervlak te behouden.
De zoektocht naar luxe kan alle vlakken van het boek betrekken. Ook de sneden – de zijkant van het boekblok – kunnen bewerkt worden. De eenvoudigste toepassing is verven, maar de sneden kunnen ook bedrukt, beschilderd of verguld worden. Soms wordt de snede vooraf geciseleerd, waarbij met een guts (een hol beiteltje) patronen in de snede worden aangebracht.
Deze boekband toont een eenvoudig overlappend lijnenpatroon, geplaatst met een rolstempel. Emma De Roeck koos een sierlijk art-deco patroon dat aansluit bij de inhoud van het boek. Het is een boek over boekgeschiedenis door de Deense bibliothecaris Svend Dahl. De overlappende rechthoeken symboliseren de boeken waar het over gaat.
Berthe Thieren
Berthe Thieren gebruikt verschillende zeer kleine stukjes kleurig leder om op deze band een heus bloemenboeket tot stand te brengen. Inlegwerk vereist het schalmen (opdunnen) van het leder, zodat de nieuwe stukjes leder echt in het grondvlak verdwijnen en er niet bovenop komen te liggen. Hoe kleiner de stukjes leer, hoe lastiger.
Makers
Tot slot staat de tentoonstelling stil bij de makers van de boekbanden. Hoe een boek er komt uit te zien, is altijd het resultaat van complexe menselijke keuzes, handelingen en interacties. Bij een industrieel boek leidt dit tot een massaproduct, waarbij elk exemplaar er identiek uitziet. Een ambachtelijke boekband maakt het boek persoonlijk, zelfs als hij om een industrieel product zit. Het wordt een uniek object. De keuzes van de boekbinder, of van de opdrachtgever, zijn daarbij cruciaal.
Toen de opleiding boekkunst in 1926 door Berthe van Regemorter werd opgestart, waren er in België en Nederland geen vrouwelijke boekbinders. Van in het begin trok de opleiding, dankzij de promotie die Berthe voerde, meer vrouwen dan mannen aan. Toen Berthe op pensioen ging, werd ze opgevolgd door haar leerlinge Berthe Thieren. Ook daarna werd het het atelier steeds door een vrouwelijke docent geleid: Marthe Franck, Donatienne Van Den Bogaert en Katja Clement. De meeste boekbanden in deze tentoonstelling zijn dan ook gemaakt door vrouwen.
Boekkunst wordt vaak heel persoonlijk. Dit kleine boekje is gemaakt door onze overleden collega Christine Mässer. Ze maakte niet alleen de boekband, met een broos stukje potloodslijpsel op het voorplat, maar ze dichtte ook de haiku’s binnenin.
Berthe van Regemorter
Dit guldenboek maakte Berthe van Regemorter in 1916 in opdracht van onze bibliotheek. Het is het guldenboek, het boek waarin belangrijke gasten hun handtekening plaatsten als ze de bibliotheek bezochten. Op het voorplat construeerde Berthe het wapenschild van de stad Antwerpen met lijnstempeltjes. Je herkent ook de typische blaadjes en rozen. Op het achterplat plaatste ze haar monogram BvR.
Tekst: Steven Van Impe
Foto's: Marianne De Zwarte