Wat is de Poesje?
Vraag aan een oudere Antwerpenaar naar de Poesjeen de kans is groot dat woorden als "brutale humor", "plat Antwerps" en "vloeken" vallen. Het poppentheater, waarbij spelers de poppen met twee stangen bedienen, is al eeuwenlang volksvermaak in de stad. De term Poesje(nellen) is afgeleid van de Pulcinella uit de commedia dell’arte, een clownachtige figuur met een grote neus, schele ogen en een bochel. In Antwerpen werden deze kenmerken uitgesplitst in aparte personages: De Neus, de brutale leider; De Schele, de wat onnozele dromer; en De Bult, de slimme underdog. Deze figuren duiken telkens weer op in voorstellingen. Het theater was een van de populairste vormen van ontspanning tot na de Tweede Wereldoorlog, toen televisie en cinema de aandacht van het volk kaapten. Toch bleven enkele gezelschappen actief zoals De Poesje van Antwerpen, de Poesje van Sint-Andries, het Spelleke van Semini, De Poesje van Klein Stanneke en De Poesje van de Lange Wapper.
Jan Gillis van de Poesje van Antwerpen:
“Onze voorstelling start op de Grote Markt, waar de bezoekers verzamelen. Ik ga ze halen met mijn accordeon en samen stappen we al zingend naar onze kelder in de Repenstraat. Hoeveel mensen zijn er in de afgelopen eeuwen op dezelfde manier niet naar de Poesje gestapt? Ik vind het nog altijd fantastisch om te doen. Iedereen, deelnemers én toevallige passanten, weet: er staat iets te gebeuren!”
Revival in 2026: de Poesje zijn terug
De Poesje kende de afgelopen jaren een kabbelend bestaan, maar daar komt in 2026 verandering in. Er is een expo in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (EHC), een prominente rol binnen het poppentheaterfestival OERF OERF, en op de Schaviezenschool worden nieuwe spelers opgeleid, schaviezen genoemd. Erfgoedpartners als het Letterenhuis, de EHC en het MAS | Museum aan de Stroom ondersteunen de revival volop.
Thomas Martin, educatief medewerker bij EHC, legt uit hoe het begon:
“Ik organiseerde een brainstorm met een open vraag als insteek: wat kunnen we samen doen om dit erfgoed levend te houden? Naast poppenspelers waren ook aanwezig: afgevaardigden van de Universiteit Antwerpen, CEMPER (de landelijke erfgoeddienstverlener voor muziek en podiumkunsten) en de Vlaamse organisatie Werkplaats Immaterieel Erfgoed.”
Het uit deze bijeenkomst voortgekomen waarderingsonderzoek van CEMPER bracht spelers van verschillende groepen samen.
Schavies Christiaan van het Spelleke van Semini:
“Vanaf het begin ontstond er iets in de groep. Onze gedeelde passie gaf energie om actie te ondernemen. Die externe aandacht van de erfgoedpartners en CEMPER werkte als een brandversneller: we ontdekten dat in verschillende collecties nog veel te ontdekken viel over de Poesje. Dompel daar ons maar in, dachten we.”
Wannes Verbist van ErfgoedLab Antwerpen was ook betrokken vanaf het begin.
“Belangrijk om te vermelden is dat alles wat is gevolgd, ontstaan is vanuit die groep van schaviezen. Wij hebben gefaciliteerd waar mogelijk, maar de expo bijvoorbeeld was een idee van de spelers.”
Christiaan:
“Het was te verleidelijk om te laten liggen. Plots krijg je de kans om je te verdiepen in een passie waar je al een half leven mee bezig bent. Geef toe, daar zeg je toch geen neen tegen? Ik kan je verzekeren: als je in de leeszaal van het Letterenhuis zit en de archieven je op een presenteerblaadje worden aangereikt, dan gaat er een wereld open. En met alle schaviezen zijn we er met plezier ingedoken.”
Archieven beginnen spreken
Leven brengen in oude archieven: het klinkt als muziek in de oren van Hazel Waeterschoot, educatief medewerker van het Letterenhuis, als erfgoedpartner betrokken bij het project.
“Het is heel waardevol om vast te stellen welke stukken uit onze collectie de spelers selecteerden voor de expo. Zo leren wij als Letterenhuis wat er vandaag nog relevant is aan onze historische archiefstukken.”
Marlou De Bont, conservator moderne drukken van EHC, vult aan:
“Ook voor ons is deze samenwerking een perfecte match. Het is heel fijn dat we dat erfgoed op deze manier kunnen ontsluiten. Ik ben ervan overtuigd dat de expo ervoor zal zorgen dat meer mensen geïnteresseerd raken in de Poesje en dat onze collecties op die manier toegankelijker worden.”
De spelers ontdekten de collecties over de Poesje niet alleen in de Erfgoedbibliotheek en het Letterenhuis, maar ook in het MAS. In het depot ontmoetten ze de vrouw die al lange tijd de poppen uit de collectie onderhoudt. Plots stond er een groep mannen voor haar neus die alles wist over die poppen en erg enthousiast rondkeken.
Schavies Glenn Pellis van de Poesje van de Reep:
“De fonkeling in haar ogen zal ik niet snel vergeten. Dankzij de verhalen van spelers werd dat voor haar ‘dode’ erfgoed weer springlevend.”






Verspreid erfgoed nu op één plek
Een eerste succes van de samenwerking is de beschrijving van de collecties die EHC, het Letterenhuis en het MAS hebben over de Poesje. Op een centrale pagina op de website van het ErfgoedLab staat alle informatie nu gebundeld voor al wie geïnteresseerd is in dit bijzondere erfgoed. Daarbij ook blogs van studenten erfgoedstudies die in het vak “Musea, archieven en bibliotheken: collectie- en geheugeninstellingen” (UAntwerpen) aan de slag gingen met dit erfgoed.
Maar dat is niet alles. Een volgend hoogtepunt van het project is de tentoonstelling ‘De Poesjenellen hangen ‘t uit’ in de Nottebohmzaal van EHC in april 2026. De zes betrokken Poesjenellentheaters stelden de expo samen. Elk theater toont in een nis van de prachtige zaal wat hun Poesje typeert.
Guy Van de Casteele van De Poesje van Sint-Andries:
“Bezoekers van de expo proeven de sfeer van een poppentheater. Heel bijzonder is dat wij, de schaviezen, zelf de rondleidingen verzorgen. Er zijn uiteraard poppen te bewonderen en in het midden van de zaal staan er vitrinekasten met boekjes, geschriften, pamfletten, affiches… Typisch voor de Poesje is dat we in de Nottebohmzaal, de chicste zaal van de stad, mogen exposeren. Een neus zetten waar we maar kunnen, dat is typisch voor de Poesje.”
Van depot naar speelvloer
Helemaal uniek is dat bezoekers van de expo zelf met poppen uit de MAS-collectie kunnen spelen. Spelen met museumobjecten… Hoe zit dat precies? Leen Beyers van het MAS kwam zelf met het idee.
“Wij hebben honderden poppen in onze collectie. Al snel kwamen we op het idee om enkele poppen als ‘gebruikstukken’ te laten fungeren. Maar hoe moesten we kiezen welke poppen? Gelukkig was er de expertise van de huidige poppenspelers. En heel toevallig: uit onderzoek bleek dan dat een van de schenkers van de poppen in zijn legaat had laten opnemen dat hij het fijn zou vinden mochten de poppen ooit nog gebruikt worden. Nu kunnen bezoekers van de expo de poppen aanraken en ermee spelen. De cirkel is rond.”
Nieuwe handen aan de stangen
De huidige schaviezen zijn niet meer van de jongste. Daar werd iets op bedacht. Vanaf november 2025 volgen zeven spelers De Schaviezenschool, elke woensdagavond in Het Spelleke van Semini, het historische Poesjenellentheater aan de Grote Markt. Ze leren hoe ze de poppen bedienen met de stangen, ze leren improviseren en hun stem gebruiken, ze leren spreken in sappig Antwerps en ze werken samen aan een nieuwe productie die ze opvoeren tijdens het OERF OERF poppenfestival in april 2026. Zo’n intensieve opleiding is noodzakelijk, want spelen met de stangpoppen is geen evidentie.
Jan:
“Soms moet je met een pop spelen, terwijl iemand anders je tekst declameert. Dat is niet evident. Poppen worden ook doorgegeven van speler naar speler tijdens de voorstelling, terwijl de ruimte waarin je speelt erg krap is. Eigenlijk moet je een beetje geschift zijn om dit te willen doen.”
Rebels karakter inspireert jongeren
Om de Poesje ook vandaag maatschappelijk relevant te laten zijn, heeft ErfgoedLab een bijkomend project opgezet. Vijf Antwerpse scholen maken een eigen stuk, waarbij ze een verhaal schrijven en de poppen en decors maken. De erfgoedpartners ondersteunen de scholen met workshops en het beschikbaar maken van teksten en oude boeken.
Wannes:
“Welk thema kiezen ze voor hun stuk? Welke poppen zullen ze maken? Welke taal zullen ze spreken: het traditionele plat Antwerps? Of toch jongerentaal? We zijn erg benieuwd naar het resultaat. De Poesjenellen hebben altijd een maatschappijkritisch en rebels karakter gehad. Dat zal jongeren wellicht wel aanspreken.”
Nieuwe generaties inspireren: daar is het ook de erfgoedpartners om te doen. Stel je voor dat er een nieuwe vorm van Poesje ontstaat bij de jeugd? En dat ze hun weg vinden naar de collecties van de erfgoedpartners om stukken te bekijken en teksten te lezen?
Hazel:
“We hebben zo’n rijk archief, maar de uitdaging is vaak: hoe betrekken we de mensen? Het is pas door een archief te bezoeken dat je op stukken stuit waarvan je niet wist dat ze bestonden.”
De Poesje speelt verder
Het slotwoord is voor de schaviezen.

“Waar we nog van dromen? Dat de Poesje nog lang mag bestaan. Fantastisch dat de jeugd er hun ding mee doet, al mag het historische karakter van mij niet verdwijnen. Het is zoals muziek: waar jongeren vandaag naar luisteren, klinkt helemaal anders dan wat wij in onze jeugd goed vonden. Maar het zijn wel dezelfde muzieknoten. Als kind ging ik kijken naar het poppentheater bij Van Campen. Later kwam ik daar toevallig binnen tijdens een opendeurdag. Ik had de pop nog niet goed vast, of ik werd al aangesproken: jij moet bij ons komen spelen. Hopelijk kunnen wij op onze beurt veel mensen inspireren. Zodat de Poesje verder kan spelen en mensen kan blijven entertainen op zijn typische manier.”
- Jan Gillis van de Poesje van Antwerpen -


