Overslaan en naar de inhoud gaan
Camiel Van Breedam

Camiel Van Breedam exposeert boekcollages

Expo in de Nottebohmzaal

“Dit is mijn wereld, mijn leven.” Camiel Van Breedam herhaalt het meermaals, wanneer hij vertelt over zijn atelier, over zijn liefde voor schijnbaar onbenullige houten latjes en over mooie boekenkaften. In juni verplaatst een deel van die wereld zich naar de Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, waar Van Breedam tot september een 40-tal boekcollages tentoonstelt.

Het atelier van kunstenaar Camiel Van Breedam (1936) in Aartselaar is een heerlijke en bijzondere, geordende chaos. Het is een organisch gegroeid geheel, waar vrije ruimte een schaars goed is. In elke hoek en tegen elke muur staat iets: houten planken en kastjes, kartonnen dozen, metalen voorwerpen, oude boeken en farden met papier … Zelfs het plafond doet dienst als rek, met zijn eerste fiets en nog andere objecten die eraan ophangen. “Dat is één van mijn gebreken, en tegelijk is het ook een sterkte: ik houd alles bij. Het is zo een zonde dat alles wordt weggesmeten. Ik werk altijd met materiaal dat al een leven heeft gehad. Daar probeer ik nieuw leven aan te geven.

Boekcollages

De werken die Van Breedam in de Nottebohmzaal exposeert, grijpen allemaal terug naar zijn liefde voor boeken en literatuur. Met veel bewondering praat hij over de zwarte humor en het sarcasme in het werk van Thomas Bernhard, en over het werk van William Faulkner. Naast de inhoud is voor Van Breedam ook het tactiele van belang. Hij ‘recycleert’ oude boeken en ontdoet ze van hun oorspronkelijke verhalen. “Alles begint bij de zoektocht naar een oude kaft met een mooie kleur en structuur. De bladen zaag ik eruit, en met houten plankjes reconstrueer ik het boekblok zodat het een soort kastje wordt. Binnenin ontstaat een nieuwe wereld, die ik als een collage met allerlei waardeloze (of moet ik zeggen: waardevolle?) dingen vormgeef. Het is een constant zoeken naar en voelen van de juiste balans en eenheid tussen de linker- en rechterhelft. Dat is het grote verschil met de harde elektronische wereld. Die zal nooit de mijne worden. Daar is geen poëzie mee gemoeid. De computer, telefoon, i-dit en i-dat,… Er is altijd wel iets dat niet werkt. Dat is toch verschrikkelijk.”

Dat plezier merk je meteen op in Van Breedams werken die in zijn atelier staan opgesteld. Geen klassieke schilderijen of beeldhouwwerken, wel reliëfs, collages, assemblages en environments die vaak zeer architecturaal aandoen. Niet toevallig houdt hij vooral van de kunst die in de jaren ‘30 en in de traditie van Bauhaus is gemaakt. Een feest van geometrische lijnen, evenwichten en vooral veel fantasie. “Neem bijvoorbeeld dit werk (getiteld ‘15 revolutie’, uit 2014). Stelt dat de Russische revolutie voor? In mijn verbeelding wel. Vroeger zei wel eens iemand: “Dat kan mijn kind ook.” Wel, dat is waarschijnlijk ook zo. Een kind denkt immers nog veel vrijer dan wij. Kindertekeningen zijn dikwijls fantastisch.

“Alles begint bij de zoektocht naar een oude kaft met een mooie kleur en structuur. De bladen zaag ik eruit, en met houten plankjes reconstrueer ik het boekblok zodat het een soort kastje wordt. Binnenin ontstaat een nieuwe wereld, die ik als een collage met allerlei waardeloze (of moet ik zeggen: waardevolle?) dingen vormgeef. Het is een constant zoeken naar en voelen van de juiste balans en eenheid tussen de linker- en rechterhelft.”

Handwerk

Dat Van Breedam kunstenaar werd, lag niet voor de hand. Als jongeling kwam hij nooit in contact met kunst. “Ik herinner me nog wel dat we met het atheneum van Boom drie dagen naar Parijs gingen en onder andere het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris bezochten. Ik moest even hard lachen met al die kunstwerken als mijn klasgenoten.”

Wat Van Breedam toen nog niet wist, is dat hij nog geen twee jaar later zelf kunst zou maken. Omdat hij als kind graag tekende, ging hij naar Gent om er de nieuwe opleiding Plastische opvoeding, tekenen en handenarbeid te volgen. “Daar werd ik geconfronteerd met leerlingen die van de academie kwamen en dus met ‘kunst’ bezig waren. Ik vond dat ik mij moest verdedigen en greep terug naar wat ik goed kende. Ik kom uit een loodgietersfamilie. Mijn grootvader, vader en broer waren altijd met hun handen bezig. Onbewust heb ik die liefde voor handenarbeid overgenomen. Neem nu de boekcollages die in de Nottebohmzaal te zien zullen zijn. Alleen al de tijd die ik spendeer aan de voorbereiding is mij zeer dierbaar. Het snijden, zagen, plakken … Dat moet gewoon goed zijn.”

Inspiratie haalt Van Breedam onder andere uit het werk van andere kunstenaars, met wie hij via zijn werk communiceert. Hij maakte een reeks collages met ‘groeten aan’ onder anderen Paul Klee en Oskar Schlemmer, later gevolgd door een reeks ‘brieven aan’ onder anderen William Faulkner en Joseph Cornell. Of de objectenreeks ‘Huis van Soutine’, gemaakt van tientallen op elkaar gestapelde en aan elkaar geplakte houten latjes. “Dat zijn latjes uit de plafonds van vroeger. Daartussen werd kalk, paardenhaar en wat weet ik nog allemaal gesmeerd. Ik merk dat ik, met het ouder worden, steeds vaker teruggrijp naar mijn eigen jeugd. Wat je veel hebt gezien, komt later terug.”

Rood

In de gehaaide wereld van de kunsten heeft Van Breedam zich altijd bewust afzijdig gehouden. Hij stelde zijn werk vaak tentoon, maar werkte nooit samen met een vaste galerist. Dat zou hem allicht meer bekendheid hebben opgeleverd. “Ik heb altijd voor mijn eigen plezier gewerkt. Mijn werk, dat zijn mijn kinderen. Als ik iets verkoop, gebruik ik het geld om werk van iemand anders te kopen. Maar het is dubbel. Iemand die jouw werk koopt: dat is het ultieme bewijs dat men het graag ziet.”

Van Breedams rust en nuchterheid staan nochtans in contrast met de opvallende verschijning die hij is. Sinds de jaren ‘70 gaat hij consequent in het rood gekleed door het leven. Dat zijn grootvader langs moeders kant een voorvechter van het socialisme was, maakt hem trots. Maar dat doet eigenlijk niet ter zake. Rood is gewoon mooi. “Rood is een kleur die mij altijd heeft bekoord. Op de kermis ging ik in een rood autootje zitten. Een pompierswagen, dat fascineert mij. Vandaag loopt iedereen in het zwart of grijs gekleed: een begrafenis. Mijn rode kleren zijn een vorm van protest. Ik geef toe: het is één van mijn rariteiten. Want als ik mezelf in een etalage zie voorbijwandelen, denk ik: oei, oei.”

De 85-jarige Van Breedam blijft creëren en exposeren. Hij is blij dat de Koninklijke Bibliotheek van België een plaats heeft gevonden om zijn eerste environment met boeken, ‘Livresse’ uit 2003, permanent tentoon te stellen. Gelijktijdig met de expo in de Nottebohmzaal exposeert hij in de Antwerpse galerij Art Partout recenter werk refererend aan schrijvers zoals Thomas Bernhard, Paul van Ostaijen en Eduardo Galeano. Het wordt een ode aan zijn inspiratiebronnen en aan bevriende kunstenaars zoals Remo Martini, die door de kunstwereld ten onrechte is vergeten. Een soortgelijk project ‘Associaties’ was er al in 1999 in het PMMK in Oostende, maar dan met Afrikaanse kunst. “Ik hoop dat ik, zo lang ik leef, kan blijven werken. Bezig zijn. En dat ik kan exposeren, zoals in de Nottebohmzaal. De opkasting van de boeken daar… Dat heeft toch een heel speciaal cachet. Voor mij is dat een droom.”

Journal pour rire

 

 

 

‘Journal pour rire’ (2017).

Praktisch

De boekcollages van Camiel Van Breedam kan je van 15 juni tot 11 september 2022 bekijken in de Nottebohmzaal. Ze zijn elke donderdag en vrijdag exclusief te bewonderen tijdens de gegidste rondleiding 'Schatten van de Nottebohmzaal'

De expo is ook vrij te bezoeken op Museumnacht op zaterdag 6 augustus, tijdens het Cultuurweekend op zaterdag 27 en zondag 28 augustus, en op Open Monumentendag op zondag 11 september.

www.camielvanbreedam.com

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief