
Bio
Naam: Katja Clement
Functie: docente Boekkunst aan Academie Berchem en zelfstandig boekkunstenaar
Studies: Vrije Grafiek (Academie voor Beeldende Kunst Sint Joost, Breda); Kunstambacht Boekkunst (Stedelijke Academie voor Beeldende Kunsten Berchem & Instituut Roger Avermaete)
Favoriete boekkunst: landkaartachtige boekbanden met diepe leerinsnijding van Monique Mathieu (FR), minimalistische scharnierbanden in beschilderd kalfsleer van Julie Auzillon (FR), boekobjecten van Suzanne Schmollgruber (CH)
Favoriete techniek: werken met leer en fileten, Florent Rousseau-collage en schuurtechnieken
Dag Katja, je cureert de expo in de Nottebohmzaal. Wat betekent dat voor jou?
“Het is een echte duik in de geschiedenis. Ik ben gaan onderzoeken hoe de opleiding ontstaan is en wie stichter Berthe van Regemorter precies was. Ook hoe de opleiding vandaag functioneert, maakt deel uit van de expo. We zien momenteel een duidelijke revival van het ambacht: mensen willen opnieuw met hun handen werken en iets maken met aandacht en passie. Ook het unieke speelt een rol. Studenten maken geen massaproduct, maar iets eenmaligs. Dat hoop ik te tonen aan het publiek.”
Hoe ben jij met boekkunst in contact gekomen?
“Tijdens mijn opleiding Vrije Grafiek in Breda kreeg ik een gastles boekbinden. Ik was meteen gegrepen door het materiaal en de techniek. Ik ben op eigen houtje beginnen bijleren via boeken, maar dat bleek erg uitdagend. Op zoek naar een opleiding kwam ik in Berchem terecht en dat bleek een schot in de roos. Vooral omdat ik uit de kunstwereld kwam: hoe hier het ambacht met het kunstzinnige wordt gecombineerd, dat is helemaal mijn ding.”
Hoe omschrijf je boekkunst aan iemand die er nog nooit van heeft gehoord?
“Boekkunst is een artistieke discipline waarin kunstwerken gerealiseerd worden die de structuur en vorm van boeken gebruiken of ernaar verwijzen. Traditie en vernieuwing gaan vaak hand in hand. Het resultaat zijn steeds authentieke, met de hand gemaakte werken: boekobjecten die het concept ‘boek’ in al zijn mogelijke verschijningsvormen onderzoeken.”
De opleiding duurt zeven jaar. Wat leren studenten?
“Verschillende disciplines komen samen: grafisch werk, druktechnieken, ruimtelijke vormgeving. De opleiding verbindt vakmanschap met creativiteit. We besteden veel aandacht aan technieken, maar evenzeer aan het maken van een doordacht ontwerp. Ook de inhoud speelt een rol: het ontwerpen gebeurt altijd in een context. Ik ben er trots op dat dit geen stoffig vak is. Het leeft ook bij de jonge generatie.”
Favoriete bindwijze
Jean de Gonetband
“Dit is mijn favoriete bindwijze. Wat ze zo bijzonder maakt, is dat de rug en de voor- en achterkant los van elkaar gemaakt worden, waardoor er veel meer mogelijkheden ontstaan om met materialen te spelen. Omdat de rug in delen gemaakt en op bandjes genaaid is, blijft het naaisel zichtbaar. De voor- en achtercover worden aangeregen. Je ziet dus de constructie van de binding aan de buitenkant.”
Wie zijn de studenten?
“Studenten zijn tussen 18 en 90 jaar oud, heel divers, met iets meer vrouwen dan mannen. Het publiek is ook jonger dan vroeger. Ik geef les aan alle leerjaren samen, waardoor studenten ook van elkaar leren. Zeven jaar is natuurlijk wel een engagement. Voorkennis is niet nodig, al helpen artistieke vaardigheden. Geduld is de belangrijkste eigenschap die je nodig hebt.”
Hoe ben jij als docent?
“Ik kijk naar waar een student sterk in is en hoe we dat talent kunnen inzetten. Maar ik daag hen ook graag uit om uit hun comfortzone te komen en nieuwe dingen te proberen. Ze leren techniek en ontwerpen tegelijk. Ontwerpen is een proces dat je langzaam opbouwt: nadenken over je aanpak hoort daar onlosmakelijk bij. En ook durven loslaten. Als tijdens het proces blijkt dat een andere bindwijze beter past bij het concept, moet je soms dingen durven weggooien en opnieuw beginnen.”
Hoe ervaar je het spanningsveld tussen ambachtelijke perfectie en artistieke vrijheid?
“Technische kennis is de basis. Pas als die op punt staat, kan je je idee echt naar je hand zetten. Dat vraagt investering en discipline. Tegelijk reageren materialen soms anders dan je verwacht. Je moet ruimte laten voor het proces en voor ontwikkeling. Tijd nemen voor het ontwerp, kritisch durven zijn, niet met het eerste idee aan de slag gaan.”
Wat komt eerst: het concept of het materiaal?
“Meestal het idee. Materiaal en techniek zouden in principe geen belemmering mogen vormen. Maar soms vertrek je ook vanuit de wens om met een bepaalde binding of specifiek materiaal te werken. Vaak ontstaat er een wisselwerking, waarbij je onderzoekt welke techniek en welk materiaal het idee het best tot zijn recht laten komen.”
“Boekkunst bestaat al eeuwenlang, maar is ook vandaag een levendige discipline. Dat wil ik tonen.”
Boekkunst in digitale tijden. Is het een tegenstelling?
“Veel mensen zoeken vandaag vertraging. Ze willen uit hun hoofd stappen en met hun handen werken. Tegelijk maken we volop gebruik van digitale technieken: Photoshop, Illustrator, tutorials op YouTube. En via Instagram kan ik me vandaag laten inspireren door wat iemand in Australië maakt. Dat kon vroeger natuurlijk niet. Dat is een enorme meerwaarde van het digitale tijdperk.”
Wat is er veranderd in 100 jaar opleiding?
“Vroeger lag de focus sterk op klassieke bindingen en materialen, zoals de Franse band in leer. Vandaag zien we een explosie in het aantal bindwijzes en er blijven er steeds nieuwe bijkomen. Wat altijd gebleven is, is de aandacht voor detail: het technisch goed uitvoeren en begrijpen waarom je doet wat je doet. En als er iets fout gaat, moet je kunnen analyseren waarom. In dit vak telt elke millimeter.”
Wat gebeurt er met de werken van de studenten als ze klaar zijn met de opleiding?
“Ze zijn vaak heel trots op wat ze gemaakt hebben. Ik vermoed dat veel werken een mooie plek krijgen bij hen thuis. Ik stimuleer studenten ook om deel te nemen aan tentoonstellingen en wedstrijden, zoals de Boekbind Challenge of Scripta Manent in Estland. De ingezonden werken worden tentoongesteld in bijvoorbeeld Tallinn, Amsterdam of Sint-Niklaas. Met de klas zijn we al samen naar Frankrijk gereisd om een winnend boek te bewonderen. Ik neem zelf ook deel aan wedstrijden en ik volg masterclasses en workshops om bij te leren. Die kennis deel ik met mijn studenten.”
Wat drijft jou vandaag nog?
“Mijn passie doorgeven aan studenten. Hen zien groeien, en ook van hen bijleren. Het werken met materialen blijft iets bijzonders: voelen, ruiken, het tactiele. Dat verveelt nooit.”
Photo: Marianne de Zwarte
Book binding by Berthe van Regemorter
In de schijnwerpers
Vrouwelijke pionier Berthe van Regemorter
“Zij is de vrouw die ervoor zorgde dat het atelier boekbinden honderd jaar geleden naar Antwerpen kwam. Volgens mij wist ze heel goed wat ze wilde. Ze wierf fondsen, deed onderzoek en had een duidelijke visie die ze doorgaf aan haar opvolgers aan de academie. Dat waren telkens vrouwen. Ik ben de vijfde op rij. Dat is bijzonder, zeker in een vak dat historisch erg mannelijk was.”
Expo Verbeelding gebonden
Wat mogen bezoekers verwachten?
“Een overzicht van honderd jaar boekkunst, met een focus op de enorme diversiteit ervan. Bezoekers ontdekken ook welke materialen en gereedschappen we gebruiken en hoe ze bewerkt worden. Er zijn stalen en voorbeelden van bindwijzes die je zelfs mag aanraken.”
Waar vindt de expo plaats?
“Bezoekers kunnen een wandeling maken langs vier locaties. In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en AD Gallery tonen we honderd boekbanden van voormalige en huidige studenten en leerkrachten. In het Letterenhuis en de Universiteitsbibliotheek stellen studenten hun project rond Berthe van Regemorter voor. Daarnaast verschijnt er een bijzondere publicatie over boekkunst, zodat mensen ook thuis verder kunnen genieten.”

