Overslaan en naar de inhoud gaan

Mijn werk hier is nog niet af

Wanneer de Vlaamse Esperantobond in 2016 op zoek ging naar een nieuwe bewaarplaats voor hun bibliotheek sprong de Erfgoedbibliotheek in de bres. Niet alleen kregen we een bijzondere collectie cadeau, ook bibliothecaris Cyreen Knockaert verhuisde mee. De voorbije drie jaar voerde hij als vrijwilliger ongeveer 4.000 Esperantoboeken aan onze catalogus toe.


 

 


  • Waar is het Esperanto ontstaan?

Esperanto is een kunstmatig geschapen taal die in 1887 werd bedacht door de Poolse jood Ludwik Lejzer Zamenhof. Polen was in die tijd een deel van Rusland, en ook Russen en Duitsers woonden er. Die smeltkroes van nationaliteiten zorgde voor conflicten. Bovendien werd de joodse bevolking onderdrukt. Zamenhof zag de onenigheid in de eerste plaats als een taalkwestie. Hij hoopte dat een eenvoudige gemeenschappelijke taal zou leiden tot een betere wereld, vandaar de term ‘Esperanto’. Al op jonge leeftijd probeerde hij een kunsttaal te ontwerpen. Onder druk van zijn vader studeerde Zamenhof geneeskunde. In die periode vernietigde hij zelfs al zijn schriften. Pas na zijn specialisatie als oogarts was hij vrij om opnieuw zijn passie te volgen.

  • Zamenhof ontwierp dus een volledig nieuwe taal, inclusief vocabularium en grammatica?

Aanvankelijk greep Zamenhof voor zijn kunsttaal terug naar het Latijn en Grieks, maar hij vond die talen te moeilijk. Hij zocht een neutrale taal die niet gebonden was aan een of andere natie. De voorganger van het Esperanto, het Volapük, een afgeleide van vereenvoudigd Engels,  bleek in de praktijk moeilijk aan te leren. Daarom baseerde Zamenhof zich voor het Esperanto op Romaanse talen, die – zo dacht hij - voor Europeanen makkelijker te onthouden zijn.

  • Zijn er in het verleden periodes geweest dat Esperanto vaak gebruikt werd?

Vóór de Tweede Wereldoorlog kende Esperanto een opvallende bloei. In de Volkerenbond gingen zelfs stemmen op Esperanto als officiële tweede taal in te voeren. Maar dat idee botste op het veto van Frankrijk. Het nazisme verwierp Esperanto, in de eerste plaats omdat de taal door een jood was bedacht. Bovendien waren dictators zoals Hitler en Stalin beducht  voor een communicatiemiddel over de landsgrenzen heen. Stalin heeft verschillende Esperantisten laten fusilleren.

  • Hoe ben jij met het Esperanto in aanraking gekomen?

 

Dat gebeurde heel toevallig wanneer ik ongeveer 22 jaar oud was. Ik woonde in een klein dorp, Westkerke (West-Vlaanderen). In een plaatselijke krant las ik een artikel over een Esperanto-congres in het Britse Stoke-on-Trent. Een kort tekstje in Esperanto intrigeerde mij. In de parochiale boekerij vond ik geen informatie, dus trok ik mijn stoute schoenen aan en schreef een brief naar de burgemeester van Stoke. Wonder boven wonder kreeg ik een antwoord. De burgemeester had mijn vraag voorgelegd aan de plaatselijke Esperanto-vereniging, die mij op haar beurt doorverwees naar een Esperantist in Brugge. Hij verkocht me een leerboek en maakte mij attent op het Chinese El popola Ĉinio. Dit tijdschrift met communistische propaganda was in de jaren ‘70 gratis verkrijgbaar via de Chinese ambassade. De Erfgoedbibliotheek heeft er enkele exemplaren van. Vandaag bestaat het tijdschrift alleen nog digitaal.

Zijn er boeken in het Esperanto die iedereen gelezen zou moeten hebben?

Enkele goede schrijvers hebben het Esperanto als taal verder ontwikkeld. Ik denk dan aan de Hongaren Julio Baghy en Kálmán Kalocsay, de Fransman Gaston Waringhien, en de Zwitser Edmond Privat. Literatuur van wereldallure hebben ze natuurlijk niet geschreven. Zelf heb ik veel waardering voor het werk van de Duitser Richard Schulz , die zich zeer strikt hield aan de grammaticale regels die Zamenhof had vastgelegd. In de jaren ‘80 pleitten veel Esperantisten voor een lossere hantering van die regels. Schulz had daar kritiek op en werd op een zijspoor gezet.

  • Je hebt jezelf geleerd om Esperanto te lezen, schrijven en spreken?

Ja, gewoon door er af en toe mee bezig te zijn. Jammer genoeg vind je in de gewone boekhandels geen werken in Esperanto, waardoor de taal zich nauwelijks verspreidt. Alleen gespecialiseerde verenigingen hebben een Esperanto-collectie. Tijdens mijn professionele leven was ik dus eerder een passieve Esperantist. Na mijn pensioen, nu zeven jaar geleden, kreeg ik tijd en zin om mij in de taal te verdiepen. Ik bood mijzelf aan als bibliothecaris van de Esperantobibliotheek in Antwerpen en werd secretaris van de Esperanto-vereniging in Kalmthout. Veel moet je je daar niet bij voorstellen. We tellen twaalf leden en komen maandelijks een keer samen. Je moet het Esperanto een beetje onderhouden, anders verleer je het natuurlijk.

  • Hoe kwam je als vrijwilliger in de Erfgoedbibliotheek terecht?

De bibliotheek van de Esperantobond vond een nieuw onderkomen in de Erfgoedbibliotheek. Ik volgde dezelfde weg en startte als vrijwilliger om alle boeken in de catalogus van de Erfgoedbibliotheek te beschrijven. Ik wist niet echt waaraan ik begon. Als catalograaf moet je heel veel regels respecteren en het boek op korte tijd helemaal doorgronden. Niet altijd gemakkelijk, maar ik vind het fantastisch! Bovendien is de catalogus raadpleegbaar via WorldCat(de grootste bibliografische databank ter wereld), dat een wereldwijd bereik heeft. Ik ben blij dat ik als vrijwilliger hieraan kan meewerken.

  • Hoe zou je onze collectie waarderen?

De Erfgoedbibliotheek bezit de belangrijkste Esperanto-werken. Bovendien wordt de collectie binnenkort uitgebreid met de Esperanto-bibliotheek van Kortrijk, die internationale faam geniet. De collectie van de Vlaamse Esperantobond wordt uitgebreid met zo’n 4000 niet-periodieke werken en de belangrijkste Esperanto-tijdschriften worden vervolledigd. Hierdoor verwerft de Erfgoedbibliotheek de tweede grootste Esperanto-collectie in openbaar bezit in Benelux, na de Universiteit van Antwerpen. Mijn werk hier is dus nog niet af!

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief