Twee internationale onderzoekers krijgen een reisbeurs om in Antwerpen onderzoek te komen doen in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en het Museum Plantin-Moretus.
De Nottebohmbeurs, opgezet met de steun van de Stichting Familie Nottebohm en het Dotatiefonds voor Boek & Letteren, biedt buitenlandse wetenschappers de kans om naar Antwerpen te komen om deze uitzonderlijke collecties te gebruiken.
2025-2026
©Maria O'Leary
Michael Noone is musicoloog en dirigent. Hij ontdekte een Antwerpse connectie naar een succesvolle muziekdrukkerij in Salamanca. De Antwerpse boekdrukker Artus Tavernier huwde daar met Susana Muñoz, en startte een drukkerij onder zijn verspaanste naam Artus Taberniel. Na zijn dood in 1609 bleef Susana als weduwe de drukkerij uitbaten. Ze publiceerde koorwerken in groot formaat die in Spaanse kloosters en kathedralen gebruikt werden, en die tegenwoordig uiterst zeldzaam zijn geworden.
Michael wil uitzoeken welke relaties de drukkerij onderhield met Antwerpen.

Pedro Rueda Ramírez is professor in de bibliotheek- en informatiewetenschap aan de Universiteit van Barcelona. Zijn onderzoek spitst zich toe op de culturele uitwisselingen tussen Spanje en Spaanstalig Latijns Amerika in de vroegmoderne tijd, onder andere door de internationale handel in boeken.
Hij wil de rol gaan uitzoeken die de boekdrukker Tomás López de Haro vanuit Sevilla speelde bij de distributie van boeken uit Antwerpen in Mexico en de rest van Spaanstalig Amerika. De uitstraling van Antwerpen als drukkerscentrum was zo groot, dat verschillende Latijns-Amerikaanse drukkers op hun titelpagina’s uitpakten met hun Antwerpse connectie. Toen Diego Fernández de León zich in 1710 in Mexico als boekdrukker vestigde, noemde hij zijn drukkerij zelfs ‘de nieuwe Officina Plantiniana.’
2024-2025
Georgina Wilson is tijdelijk docent Engels aan het Brasenose College in Oxford en postdoctoraal onderzoeksmedewerker 'Print Matters' aan de Universiteit van York. Als vroegmodernist is ze geïnteresseerd in de relatie tussen literaire kritiek en het maken van boeken vanaf de middeleeuwen tot nu. Haar monografie Paper and the Making of Early Modern Literature verscheen in 2025 bij de Material Texts series van Penn, en ze heeft samen met Zachary Lesser een speciaal nummer van Journal of Early Modern Studies geredigeerd over 'The Politics of Book History: Then and Now'. Haar werk omspant archivistische, creatieve en theoretische benaderingen en ze redigeert nu samen met Orietta da Rold en Vona Groarke een kritisch-creatieve uitgave van Critical Quarterly getiteld 'Paper and Poetry: Interventions in Theory and Practice' dat literatuurwetenschappers samenbrengt met curatoren, papierkunstenaars en creatieve schrijvers.

Mitchel Gundrum (hij/hen) is restaurator van zeldzame boeken en onderzoeker van historische boekbindstructuren, 18e-eeuws blokdruk- en plakversierd boekpapier en de geschiedenis van pigmenten. Hij werkt momenteel als boekrestaurator bij The Huntington Library in Pasadena (Californië, VS). In Antwerpen traceert Mitchel de ontwikkeling van historische boekbindtechnieken aan de hand van het vroegst bekende Europese handboek over dit onderwerp, een ongelofelijk zeldzaam tweetalig manuscript in een prachtige dos-a-dos band, geschreven en gebonden voor de monniken van de Sint-Bernardusabdij door Anshelmus Faust in 1612. Aan de hand van een analyse van handelsarchieven, grootboeken en contemporaine boekbanden uit de bibliotheek van de abdij in het bezit van het Museum Plantin-Moretus en de Erfgoedbibliotheek, onderzoekt hij de geschiedenis van de abdij, het nog onopgeloste leven van Faust en de invloed van zijn instructies op de vroegmoderne Europese boekproductie.
2023-2024

Louisa Hunter-Bradley is een musicologe uit Londen die onderzoek doet naar hoe muziek in de vroegmoderne tijd over Europa aan de man werd gebracht via boeken. Ze maakt deel uit van het onderzoeksproject Dissemination, ownership and reading of music in early modern Europe (DORMEME) van King’s College in Londen. Voor dat project gaan wetenschappers op zoek naar sporen van gebruik in gedrukte en handgeschreven partituren. Louisa zal tijdens haar verblijf in Antwerpen de gedrukte muziekboeken van Museum Plantin-Moretus en de Erfgoedbibliotheek analyseren. Daarnaast zal ze zich in het het Plantijnse archief verdiepen en de registers inkijken die betrekking hebben op de verkoop van muziekboeken door Christoffel Plantijn en zijn opvolger Jan I Moretus tijdens de jaarlijkse boekenbeurs in Frankfurt. Louisa doet dus beroep op de boekgeschiedenis om muziekhistorische vragen te beantwoorden om nieuwe inzichten te verwerven voor beide onderzoeksdomeinen.

Jennifer Awes Freeman bestudeert als professor in de theologie en de letteren aan de United Theological Seminary of the Twin Cities in Minneapolis (Minnesota, VS) de rol van kunst, boekillustraties en verluchte handschriften in de middeleeuwse religieuze samenleving. Als deel van haar onderzoeksproject naar de vijfde-eeuwse Carmen Paschale van Sedulius zal ze in Antwerpen een Karolingisch handschrift van Museum Plantin-Moretus met een negende-eeuwse versie van deze tekst grondig onder de loep nemen. Christoffel Plantijn kocht tijdens zijn carrière verschillende manuscripten, zoals de Carmen Paschale, aan met als doel de teksten ervan uit te brengen in zijn drukkersbedrijf. Het document is veelvuldig geannoteerd door Plantijns leverancier van handschriften, Theodoor Poelman. Via een vergelijkende casestudie tussen dit handschrift en andere handgeschreven, maar ook vroegmoderne gedrukte boeken uit de bibliotheekcollecties van Museum Plantin-Moretus en de Erfgoedbibliotheek beoogt Awes Freeman de continuïteit in het gebruik en de invloed van middeleeuwse handschriften op de vroegmoderne boekdrukkunst in kaart te brengen.
2022-2023

Audrey Morvan (Université de Bretagne Occidentale) doet onderzoek naar de papierhandel tussen de Nederlanden en Bretagne in de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Tijdens haar onderzoek naar de Bretoense papierproductie, op basis van de watermerken in het papier van gedrukte boeken, merkte ze op dat veel van dat papier uit de Nederlanden afkomstig was. Over de export van papier uit onze contreien is in de literatuur weinig informatie te vinden. Daarnaast wil Audrey onderzoeken of er ook papier uit Bretagne in de Nederlanden gebruikt is. Haar onderzoek focust dus op een materieel aspect van boeken dat bij digitalisering niet wordt meegenomen: de watermerken van het papier, die pas zichtbaar worden door gebruik te maken van een lichttafel.

Het onderzoek van Kathryn Ffion Davies (Courtauld Institute of Art) gaat over monsters – meer bepaald de manier waarop monsters, duivels en monsterachtige creaturen voorkwamen in de Antwerpse boek- en prentcultuur tussen 1566 en 1600, de periode van de Beeldenstorm, de Calvinistische republiek, de Val van Antwerpen en het herstel van het katholieke, Spaanse gezag. Daarbij zal Kathryn kijken naar de wisselwerking tussen afbeeldingen van monsters en horror in wetenschappelijke werken (zeemonsters in atlassen, skeletten in anatomische werken, …) en hun tegenhangers in politieke en theologische pamfletten. Het laat-zestiende-eeuwse Antwerpen is daarbij een uitstekende casus, als brandpunt van de godsdienst- en burgeroorlog enerzijds maar ook als innovatief centrum van boek- en prentkunst.
2021-2022

Timothy Twining (Cambridge, VK) onderzoekt hoe de Plantijnse uitgeverij functioneerde in de context van de vroege contrareformatie (c. 1590-1640). Dit past in de herwaardering van de productie van de Officina Plantiniana na de dood van haar stichter. Waar eerdere onderzoekers meenden dat het bedrijf zich heroriënteerde van humanistische werken naar liturgica, blijkt het fonds veel complexer te zijn. Net als veel andere spelers probeerden de Moretussen te navigeren in het brede speelveld tussen de officiële theorie, voortvloeiend uit de besluiten van het Concilie van Trente, en de dagelijkse praktijk van katholieke gelovigen én clerici.

Het onderzoek van René Lommez Gomes (Universiteit van Minas Gerais, Brazilië) draait rond een boek van João Stooter, een Vlaamse diamantslijper die in Porto (Portugal) werkte. Zijn Arte de brilhantes vernises (1729) bevat recepten voor verven en vernissen en is het eerste handboek over dat onderwerp in het Portugees. De Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience bezit een exemplaar van dat boek, met meer dan 200 handgeschreven toevoegingen door de auteur. Onderzoek naar het handboek kan ons meer leren over vroegmoderne technieken van (toegepaste) kunst, maar ook over transatlantische kennisnetwerken.
2019-2020
In 2020 werd de internationale reisbeurs niet uitgereikt omwille van de pandemie. De wetenschappers die de beurs in 2019 kregen toegekend, Elise Watson en Marlena Cravens, hebben hun onderzoeksverblijf later uitgevoerd.

Marlena Cravens diende een onderzoeksvoorstel in dat past binnen het kader van vertaalstudies. Cravens onderzoekt hoe Spaanse teksten en vertalingen vanaf 1492 werden ingezet om de talen en culturen van de oorspronkelijke bewoners van Amerika te vervormen of zelfs uit te wissen. Haar bronnen zijn boeken over grammatica, etnografie, geografie en biografieën van veroveraars, waarvan talrijke exemplaren in de bibliotheken van het Museum Plantin-Moretus en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience bewaard worden. Daarbij besteedt Cravens ook aandacht aan gebruikssporen, waarvoor ze de fysieke exemplaren van deze boeken moet kunnen bestuderen: digitale kopies volstaan niet.

Elise Watson onderzoekt hoe de Antwerpse boekdrukkers in de zeventiende en achttiende eeuw hun persen inschakelden ten behoeve van de katholieken in de Nederlandse Republiek, die officieel protestants was en waar katholieken een gediscrimineerde minderheid vormden. Er bestaan reeds publicaties over verschillende aspecten of details van deze export, maar een algemeen en grondig overzicht ontbreekt. Pas sinds enkele jaren gaat er meer aandacht naar de positie van katholieken in de Republiek. Oudere werken houden zich vaak strikt aan de nationale grenzen, waardoor transregionale verschijnselen, zoals de export van katholieke boeken vanuit Antwerpen naar het Noorden, onderbelicht blijven.
2018-2019
Dr. Claire Eager (Colorado College, Colorado) doet onderzoek naar de Engelse dichter Edmund Spenser (c.1552-1599), de auteur van onder andere het epische gedicht The Faerie Queene, en diens relatie met de Zuid-Nederlandse rederijker Jan van der Noot (c.1539-c.1595). Van der Noot was bijzonder nauw betrokken bij de manier waarop zijn boeken werden geïllustreerd, gedrukt en verspreid. Door zijn samenwerking met illustratoren als Marcus Gheeraerdts en Lucas d’Heere kan je bijna spreken van ware kunstenaarsboeken. Van der Noot koos de jonge en nog onbekende Spenser om zijn Theatre oft toon-neel in het Engels te vertalen. Via Spenser beïnvloedde het werk en de werkwijze van Jan van der Noot zo de manier waarop literatuur in Engeland in de zeventiende eeuw werd vormgegeven.
Ashley Gonik (Harvard University, Massachusetts) wil te weten komen wie verantwoordelijk was voor het opstellen van tabellen in vroegmoderne boeken. Waren het de auteurs of eerder de zetters en drukkers die bepaalden hoe ze er zouden uitzien? Welke technieken werden er gebruikt om wetenschappelijke publicaties te illustreren? Om dat te onderzoeken zal ze tientallen zestiende-eeuwse boeken van dichtbij bekijken en opmeten. Onderzoek in het archief van de Officina Plantiniana zal aanvullende gegevens opleveren over de lonen die betaald werden voor het zetten en drukken van deze complexe publicaties.