Overslaan en naar de inhoud gaan

“Mijn aanpak als journalist is complementair met die van een historicus”

Na de Val van Antwerpen in 1585 vluchten tal van kapitaalkrachtige Antwerpse kooplui naar Amsterdam. Hoewel ze daar de fundamenten leggen van wat later de gouden eeuw van de noordelijke Nederlanden zal worden, is in Vlaanderen weinig geweten over deze ‘Antwerpenaars van de Republiek’. Journalist en reisgids Tom Dieusaert volgde het spoor van één van hen: Isaac Le Maire, kapitalist pur sang en samen met zijn zoon Jacob de ontdekkers van Kaap Hoorn in Zuid-Amerika.

In Chili en Argentinië loodste Dieusaert tientallen groepen toeristen door het maanlandschap van de Patagonische steppe. Daar, op het einde van de wereld, viel het hem op hoe ‘Nederlands’ de regio op oude kaarten klinkt: Kaap Hoorn, de Windhondbaai, het Ewoudtseiland… De meeste ontdekkingsreizigers die de streek in kaart hebben gebracht, staan dan ook geboekstaafd als ‘Nederlanders’. Dat velen onder hen afkomstig zijn uit zijn thuisstad Antwerpen, triggerde Dieusaert om er een boek over te schrijven: “Ik wou een verhaal schrijven over de Antwerpenaars die in 1585 naar de Republiek waren uitgeweken. Er is een hele reeks aan personages, zoals Joris van Spilbergen en Balthasar de Moucheron, die enorm belangrijk waren voor de Nederlandse Republiek. In die mate belangrijk dat ook het huidige Nederland schatplichtig is aan al die migranten uit het zuiden. Dat verhaal is in Nederland weinig bekend, maar is ook bij ons vergeten. Vandaag kent bijna niemand Dirk Van Os. Het is in het Amsterdams huis van deze geboren Antwerpenaar dat de eerste naamloze vennootschap uit de geschiedenis is gesticht. De plek dus waar het kapitalisme is begonnen!”

In jouw boek Rond de Kaap staat het levensverhaal van een andere Antwerpenaar, Isaac Le Maire, centraal.

Dieusaert: “Het verhaal van Isaac en zijn zoon Jacob Le Maire fascineerde mij het meest. Zij staan symbool voor een hele generatie Antwerpse kooplui. In een periode waarin de handel met de Oostzee en de Middellandse Zee in handen was van de Italianen en van kooplui in de Hanzesteden of Engeland, bouwden ze vanuit Antwerpen een eigen imperium uit. Isaac is wat je vandaag een modern ondernemer zou noemen. Als hij Antwerpen moest verlaten om zijn business in Amsterdam verder te zetten, was dat geen probleem. Later raakte hij in onmin met de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Opnieuw geen probleem: hij startte zijn eigen compagnie en handelde met Rusland en Australië. Le Maire was een calvinist en handelde erg obsessief. Hij probeerde altijd het onderste uit de kan te halen. Dat zijn zoon Jacob in een zoektocht naar nieuwe handelsgebieden Kaap Hoorn ontdekte, was de kers op de taart. Daar kon ik een heel boek aan ophangen.”

Het verhaal van Le Maire en dat van jouw historische zoektocht lopen in het boek door elkaar. Vanwaar die insteek?

Dieusaert: “Aanvankelijk wilde ik geromantiseerde fictie schrijven waarin emoties en discussies opnieuw tot leven komen. Mijn uitgever, zelf een historicus, drukte mij op het hart: houd het bij de non-fictie en dat was een goede beslissing. Verder was het mij nog niet zo duidelijk hoe het boek moest geschreven worden, ik was wel gefascineerd door al het materiaal dat ik over die periode las. In de inleiding probeerde ik dan uit te leggen aan de lezer hoe ik in Patagonië op het onderwerp was gestoten en deze vorm van schrijven met afwisseling tussen heden en verleden heb ik dan maar voor de rest van het boek volgehouden. Het is geen echte geschiedschrijving, daarvoor ben ik academisch ook niet geschoold, ik zou het eerder historische onderzoeksjournalistiek noemen. Ik ga op zoek naar sporen en informatie en probeer het te kaderen. Ik denk dat dit journalistiek werk complementair kan zijn met het pure wetenschappelijke werk van een  historicus. Zo wordt ook een ingewikkeld onderwerp toegankelijker voor het grote publiek, kijk maar wat Bart Van Loo en Johan Op de Beeck aan bereik hebben.”

Hoe belangrijk was de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience voor jouw onderzoek?

Dieusaert: “Voor een reeks in de Gazet van Antwerpen over Isaac Le Maire en Sebalt De Weert (de ontdekker van de Falklands eilanden) vond ik veel informatie in de Nederlandse databank Delpher. Omdat het niet altijd even gebruiksvriendelijk is om gedigitaliseerde boeken te lezen, reisde ik tijdens de covid periode in 2000 en 2001 meerdere keren naar het Maritiem Museum in Rotterdam om de originele werken te raadplegen. Tot ik ontdekte dat die boeken, waarvoor ik speciaal naar Rotterdam ging, ook in de Erfgoedbibliotheek liggen. Dat was een ongelooflijke luxe: Ik vond alles wat ik nodig had, en het ene boek leidde naar het andere. Het was een ware schatkamer voor mij.”

 

Op 26 mei om 11u geeft Tom Dieusaert een Nottebohmlezing over zijn boek Rond de Kaap

Meld je aan voor de nieuwsbrief