Overslaan en naar de inhoud gaan

Gefascineerd door vos

VOSSENFEEST

Begin juni neemt directeur An Renard feestelijk afscheid van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. We vroegen aan vijf mensen uit de academische en culturele sector om het feest nu al op gang te trappen. Joke van Leeuwen, Koen Broucke, Erik Martens, Pierre Delsaerdt en Geert Buelens blikken met veel dankbaarheid terug op hun jarenlange samenwerking met An.

An Renard

Varia

Erik Martens | Coördinator van De Cinema in Antwerpen en auteur van het onlangs verschenen boek ‘Bobonneke valt in de radijzen’ Op mijn zolder staat een kartonnen doos met het opschrift ‘Varia’.

De doos wordt op geregelde momenten bijgevuld met nieuwe inhoud. Een hele reeks exotische relikwieën, souvenirs en andere symbolisch geladen objecten vonden er een laatste rustplaats. De inhoud van de doos is gevarieerd, zoals het leven zelf. En juister nog: ze is overgevarieerd, omdat ik, zoals An, niet iemand blijk te zijn van het ene ding. Ik hou niet alleen van literatuur of muziek, ik hou van alles tegelijk. En niet alleen van die ene film, maar van vele films, niet van één genre, maar van vele.

An heeft een achtergrond in de geschiedenis en in de bibliotheekwetenschap. Los van haar academische voorgeschiedenis heeft ze een 360 graden-nieuwsgierigheid voor de wereld. Het kan dus niet anders dan dat ook An een doos ‘Varia’ heeft op de zolder of in de kelder. Ik vermoed een grote doos, mogelijk een reeks dozen: ‘Varia 1, 2 en 3’.

In mijn doos vind ik meerdere objecten die mogelijk ook in de doos van An voorkomen. Mijn oudste relikwie binnen die categorie is de affiche ‘COCTEAU COCTEAU’ van 15-16-17 mei 1987. De affiche kondigt met luide stem een multimediaal evenement aan in Cultuurcentrum Deurne en Jean Cocteau is daarbij de lokvogel. Het is een groots opgezet spektakelweekend met film, theater, literatuur en een tentoonstelling. Blozend en blakend van vrolijke zelfoverschatting, denk ik nu.

Hoe ik 35 jaar geleden in Cultuurcentrum Deurne terechtkwam, weet ik niet meer. Ik vind het niet terug in mijn doos. In elk geval was An er toen directeur en gaf ze meteen blijk van een leuke dosis curiositeit, en zo kwam heel vlot van het een het ander. Alle latere projecten waar we samen bij betrokken waren, liepen volgens hetzelfde patroon. Het jaar na het Cocteau-evenement was er een nieuw project rond de figuur van Jeanne d’Arc (met onder meer de opvoering van ‘Het wel en wee van Jeanne Dee’, het magnum opus van mijn jonge jaren). Vanaf 1995 vind ik een hele reeks filmfolders terug, aanvankelijk onder de noemer ‘Winterfilms’.

Twee jaar later werden dat wekelijkse filmvertoningen en was de publieke belangstelling meer dan wishful thinking geworden.

Dan wordt het een aantal jaren stil, wat alles te maken heeft met veranderde omstandigheden. An verhuisde in die periode van de De Gryspeerstraat in Deurne naar het Conscienceplein, het mooiste plein van Antwerpen. Je kunt haar geen ongelijk geven.

Dan vind ik een dvd-uitgave uit 2002 die ik destijds voor Cinematek maakte met daarop een vrij uniek interview met Hugo Claus in de Nottebohmzaal. Het gesprek ging over zijn verhouding met de zevende kunst, en de Nottebohmzaal was even beeldig als de auteur-cineast welbespraakt. Het potentieel van de Nottebohmzaal als ambassadeur voor de latere Vlaamse Erfgoedbibliotheek was van in het begin glashelder voor An. Niet veel later vonden de eerste tijdschriftenlezingen plaats op dezelfde plek, toen nog als een initiatief vanuit de vereniging van culturele en literaire tijdschriften. Dat engagement voor de periodieke culturele publicaties is ook een periodiek engagement geweest in mijn leven. De restanten ervan zitten eveneens in mijn doos. Later nam Koen Broucke het project over en bouwde hij de reeks samen met An uit tot het succesvolle initiatief dat het vandaag is. Ook recent raakte ik nog zijdelings betrokken bij de werking van de Nottebohmzaal. Twee tentoonstellingsprojecten hadden elk een bescheiden filmluikje: ‘Helden in harnas’ en in 2019 ‘Porno, pulp en literatuur’. In onze samenwerking kon over alles gesproken worden.

Terugblikkend op de dingen die we samen ondernamen, valt me vooral de variëteit op, dat heb ik al gezegd. Maar ook: de heel eigen flow van die samenwerkingen, recht vanuit het hart voor de zaak en vanuit een trefzekere intuïtie voor wat elke context vereist. Als je het mij vraagt, was An een hele carrière lang de ideale Civil Servant. Met twee hoofdletters en met de juiste dynamiek en de juiste emotionele en andere intelligentie. Steeds vanuit een oprechte interesse en nieuwsgierigheid. Hoe fijn kan de wereld zijn wanneer je mooie projecten met pretoogjes kan uitwerken. Wat de volgende projecten met An zullen zijn, weet ik niet, maar ik hou er in elk geval een ruimte voor vrij in mijn doos ‘Varia’. 

Zondagsvreugde

Koen Broucke | Beeldend kunstenaar, historicus en performer

Niemand heb ik zo vaak gezien op zondagen als An Renard. Dat komt zo. Sinds september 2003 organiseer ik met haar de Nottebohmlezingen in de gelijknamige voormalige leeszaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, waar zij al die jaren directeur was. En die lezingen vinden steeds plaats op zondagen. De laatste dag van de week blijft een speciale en feestelijke dag. Zo zijn ook mijn herinneringen aan de lezingen en de samenwerking met An speciaal en feestelijk.

De lezingen voltrekken zich via een eigen ritueel. Er is de afgelegde weg naar de bibliotheek, die door mijn verhuis drie en een half jaar geleden, een lange en avontuurlijke treinrit werd. An komt met de fiets van Brasschaat (bij slecht weer met de auto). Maar er is vooral de vreugde van de aankomst en het binnentreden via de monumentale deur aan het Conscienceplein. Ik geraak keer op keer in vervoering door de rust en studie-ijver waartoe deze heerlijke ruimtes inspireren. Ik verwelkom de spreker en overloop met een technicus nog even de praktische kant: projectie, geluidsversterking, licht, spreekgestoelte of niet, plat of spuitwater, en sinds enige tijd: de noodzakelijke sanitaire afstanden tussen de aanwezigen. Dan komt An binnen. Ik stel haar voor aan de spreker. We blikken even terug en vooruit, en vaak ontstaat er al een kort gesprek over het leven zelf. De inleiding neem ik voor mijn rekening. An modereert de vragen en verzorgt de uitleiding. In illo tempore, vóór de coronacrisis, was er een receptie als kers op de taart. Het was de gelegenheid voor het publiek om bij een goed glas meer intieme vragen aan de spreker te stellen en de gesprekken over het leven, de literatuur, de boeken… verder te zetten. De causerie van Frans Boenders over Marguerite Yourcenar (2003) duurde twee uur. Zowel spreker als luisteraar was de tijd uit het oog verloren. Was het een toeval dat het uurwerk van de spreker - een erfstuk - na de lezing onvindbaar bleef? We hadden het tijdens de receptie over de toevalligheid van ontmoetingen, de evolutie van affectieve banden door de generaties heen. 

Zou het kunnen dat wanneer je verder in je herinneringen terugkeert, deze herinneringen donkerder kleuren? In mijn doctoraat in de kunsten ‘Onder de roze duisternis van het slagveld’ (2019) probeerde ik om te expliciteren hoe verschillende geschiedkundige data verbonden zijn met verschillende kleurenassociaties. Hoe vroeger hoe donkerder. Zo ging er in het meer duistere Nottebohmverleden wel eens iets mis. Een spreker die niet kwam opdagen, een spreker die in plaats van een powerpoint een verouderde dialader bij zich had. Met An en haar team kwamen we steeds tot snelle en praktische oplossingen.

Een andere metafoor voor het verleden is het opgestapelde stof. Eén van Ans illustere voorgangers, Emmanuel De Bom, heeft in het begin van de 20ste eeuw letterlijk het stof van de boeken afgenomen. De bibliotheek werd acht dagen gesloten en met indrukwekkende stofzuigers werd 37,5 kilo stof afgehaald van circa 70.000 boeken. Het is de verdienste van An Renard dat ze in het begin van de 21ste eeuw het figuurlijke stof afnam. Zij blies de bibliotheek nieuw leven in. Zij transformeerde de wat ingeslapen, ernstige instelling, waar vooral wetenschappers zich diep in hun onderwerpen kwamen ingraven, in een open instelling met een rijke publiekswerking. En hiervan zijn de feestelijke Nottebohmlezingen slechts een aspect. Emmanuel De Bom beschikte over uitgebreid personeel en de noodzakelijke brandweerlieden (de stofzuigers werkten op mazout). An Renard over een door haar begeesterde, enthousiaste en hardwerkende staf. Het is een samenwerking waaruit ik veel heb geleerd en die ik bijzonder koester.

Leiderschap en lichaamstaal

Pierre Delsaerdt | Hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en deeltijds hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceert en publiceert over de geschiedenis van boek, bibliotheek en bibliofilie en over het beheer van documentair erfgoed. Van 2008 tot 2016 was hij voorzitter van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek vzw

Laatst bestelde ik een meeneemkoffie in de bar van de Leuvense letterenfaculteit. Een collega sprak me aan over de toen lopende vacature voor directeur van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. “Een moeilijke opvolging”, zei ik hem. En toen hij me vroeg wat het werk van An Renard, afscheidnemend directeur, het meest typeert, kwam één woord als vanzelf opborrelen: leiderschap. Dat leiderschap liet zich niet alleen voelen in de Antwerpse bibliotheek-met-de-lange-naam zelf. Het was ook een cruciale voorwaarde voor het succes van een ontwikkeling die het hele Vlaamse bibliotheekveld raakte: de positionering en erkenning van bibliotheken met erfgoedcollecties als volwaardige spelers in het bonte universum van het cultureel erfgoed.

Wat als? Wat als An Renard in oktober 2000 de sprong naar de bibliotheekwereld niet had gewaagd? En wat als ze niet had geijverd voor meer samenwerking tussen bibliotheken, zelfs als dat af en toe conflicteerde met de plannen die ze voor haar eigen instelling koesterde? Dan zou er vandaag hoogstwaarschijnlijk geen organisatie met de naam ‘Vlaamse Erfgoedbibliotheken’ bestaan. De pioniersjaren ervan mocht ik van nabij meemaken, samen met enkele andere goede collega’s. We noemden ons toen ‘Vlaamse Erfgoedbibliotheek’, in het enkelvoud, en moesten daarom elk verhaal starten met de mededeling dat de VEB eigenlijk geen bibliotheek was, maar een netwerk van zes bibliotheken. Ik denk formeel te mogen zijn: Ans visie, haar aanvaarding van voortschrijdend inzicht en haar kritische en vastberaden houding waren voor deze organisatie essentiële succesfactoren. Ook al koos ze er resoluut voor om het voorzitterschap aan anderen te laten. (Sinds 2008 en tot vandaag bekleedt ze in het bestuur de functie van secretaris-penningmeester.)

Laten we in de redenering een trapje afdalen: wat als die organisatie ‘Vlaamse Erfgoedbibliotheken’ niet tot stand was gekomen?

Dan zou de Vlaamse overheid erfgoedbibliotheken nog steeds als een anomalie beschouwen, ergens tussen openbare bibliotheken, universiteitsbibliotheken en archieven in. Dan zou ook het brede publiek onvoldoende bewust zijn van de rijkdom en diversiteit van de collecties oude boeken, kranten en handschriften die opgeslagen liggen in weinig bekende instellingen.

Mag het concreter? Dan zouden onderzoekers in binnen- en buitenland niet kunnen steunen op de ‘Short-Title Catalogus Vlaanderen’, de online bibliografie van het oude boek in Vlaanderen. De fundamenten ervan werden in 1997 gelegd dankzij een door de Nederlandse Taalunie gefinancierd vooronderzoek. En de opbouw van de databank was al in januari 2000 gestart, toen An Renard nog werkte als directeur van het cultuurcentrum van Deurne. Maar het ambitieuze, langlopende project werd kort na 2008 structureel ingebed in de werking van de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheek. Volgens de website telt de STCV vandaag meer dan 26.500 beschrijvingen.

Minstens even belangrijk: dan zouden meerwaardezoekers het moeten stellen zonder ‘Abraham’, het naar volledigheid strevende overzicht van Vlaamse historische kranten. Het is de onmisbare opstap naar de grootscheepse digitalisering ervan. Geef de ontwikkelaars van ‘Abraham’ nog wat tijd, en dan komen die eersterangsbronnen digitaal beschikbaar voor een hele reeks toepassingen in onderwijs en wetenschap, in nieuwsgaring en literatuur.

Een laatste voorbeeld: dan zou de Vlaamse literatuur nog steeds te weinig zichtbaar zijn in de ‘Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren’ of DBNL. De onderhandelingen die leidden tot een structurele samenwerking tussen de Nederlandse Taalunie, de Koninklijke Bibliotheek van Nederland en de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheken waren destijds taai, zeer taai. Dat er een productieve oplossing uit de bus kwam, was behalve aan het werk van de coördinator voor een groot stuk te danken aan het onderhandelaarstalent van de Antwerpse bibliotheekdirecteur – en aan haar lichaamstaal, die bij momenten zelfs de meest zelfzekere gesprekspartner aan zichzelf deed twijfelen.

“Op mensen komt het aan”, zo schreef een van An Renards voorgangers aan het hoofd van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience 30 jaar geleden, toen ze nog gewoon ‘Stadsbibliotheek Antwerpen’ heette. Wat geldt voor een bibliotheek gaat des te meer op voor een organisatie die het werk van verschillende bibliotheken ondersteunt en voortstuwt. An Renard toont als weinig anderen aan dat het ook op het hoogste bestuursniveau op mensen aankomt.

Een bibliotheek voor de 21ste eeuw

Geert Buelens | Dichter, essayist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht

Stel je voor: Je wordt de grote baas van de belangrijkste bibliotheek van jouw regio. Precies op dat moment voorspelt iedereen die er beweert verstand van te hebben dat bibliotheken geen toekomst meer hebben. Een grote verzameling dode bomen zijn het, collecties vergelend en verbrokkelend papier, predigitale archieven die samen met de babyboomers aan hun eind zullen komen. Eén taak rest bibliothecarissen nog: gewoon de hele zwik door de scanner van Google Books laten halen. Daarna zal jouw kleine bibliotheeklogo tot het einde der tijden online voor de hele wereld zichtbaar blijven, als een herinnering aan het Tijdperk der Bibliotheken - niet zo uitgestorven als de dinosauriërs, maar vanuit het digitale heden bekeken toch ook best wel paleo. 

Maar zo hoefde het dus niet te gaan en zo ging het ook niet. Onder leiding van An Renard begon Google in 2020 weliswaar aan de digitalisering van een groot deel van de collectie - ongeveer een tiende van uiteindelijk 100.000 titels is nu al gratis, wereldwijd te bekijken, via Google Books. Maar in het licht van de transformatie die de Erfgoedbibliotheek onder haar leiding doormaakte, is dit lang niet de belangrijkste verwezenlijking.

Het zou raar zijn te beweren dat de bibliotheek vandaag een bruisende plek is geworden. Bruisen hoort nu eenmaal niet bij papier. Maar alles wat boeken wel vermogen, voltrekt zich wel degelijk in de Erfgoedbibliotheek.

Boeken, kranten en tijdschriften worden er vakkundig bewaard. Maar ze worden er ook getoond in prachtige thematische tentoonstellingen die altijd opnieuw grote groepen bezoekers naar de onvergetelijke Nottebohmzaal lokken.

In die zaal vinden ook lezingenreeksen plaats die telkens opnieuw bewijzen hoe onverminderd groot de honger naar kennis en schoonheid is en hoe graag mensen, ook in tijden van YouTube en Netflix, komen luisteren naar andere mensen. De lezingen en tentoonstellingen maken van de Erfgoedbibliotheek een belangrijke culturele ontmoetingsplek.

Wat weinigen 20 jaar geleden hadden durven voorspellen: de Erfgoedbibliotheek werd bijna te populair als studieplek voor scholieren en studenten. Tijdens examenperiodes kan de leeszaal zo vol zitten, dat gewone onderzoekers er nauwelijks nog een plekje kunnen vinden. Een echt probleem is dat overigens niet. Dat hele generaties digital natives hun weg naar de bibliotheek weten te vinden, zal de volgende decennia een ongelooflijke troef blijken te zijn.

Het absolute wereldrecord in het ondersteunen van onderzoekers breken An Renard en haar team sinds de eerste COVID-19-lockdown: de scanservice die ze vandaag aanbieden aan onderzoekers die niet kunnen reizen, kunnen we niet genoeg prijzen. - Geert Buelens

Een onschatbaar archief was de Stadsbibliotheek altijd al. Maar waar voorheen het bewaren van die schatten de belangrijkste prioriteit leek, werd voor de Erfgoedbibliotheek het ontsluiten, presenteren en aan lezers en onderzoekers ter beschikking stellen van de collectie minstens even belangrijk. Het absolute wereldrecord in het ondersteunen van onderzoekers breken An Renard en haar team sinds de eerste COVID-19-lockdown: de scanservice die ze vandaag aanbieden aan onderzoekers die niet kunnen reizen, kunnen we niet genoeg prijzen. Meer nog: mijn laatste boek en meest recente wetenschappelijke artikelen had ik zonder deze dienstverlening eenvoudigweg niet kunnen voltooien. Niet alleen vergeten boekjes en tijdschriftartikelen bezorgen ze gezwind aan thuiszittende onderzoekers. Wanneer je slechts een vaag vermoeden hebt van wat er wanneer in een bepaalde oude krant of periodiek gestaan zou kunnen hebben, gaan de bibliotheekmedewerkers zelf voor jou op zoek in boekband of microfilm. En dat alles ook nog eens gratis. 

Dat de Erfgoedbibliotheek dit alles onder An Renard voor mekaar kreeg, is een enorm geschenk voor elke gebruiker, voor elke burger.

Bekijk ook

Nottebohmkrant voorjaar 2022

Nottebohmkrant voorjaar 2022

Gefascineerd door vos

In het kader van het pensioen van directeur An Renard neemt de Nottebohmkrant van dit voorjaar je mee doorheen de vossencollectie van de Erfgoedbibliotheek. Daarnaast staan ook nieuwe aanwinsten, workshops en cursussen in de kijker.

‘Dialogus Creaturarum’ (Antwerpen, Gheraert Leeu 1491). De vos bedriegt een kapoen in dialoog 61.

Gefascineerd door vos

COLLECTIE

Ter gelegenheid van het pensioen van onze directeur An Renard duiken we in de collectie op zoek naar sporen van de vos. Zo ontdekten we een uitzonderlijk rijke verzameling fabelboeken en embleemboeken. Conservator Marie-Charlotte Le Bailly licht alvast een tipje van de sluier op over vossenfabels.

Aanwinsten voorjaar 2022

COLLECTIE

15.02.2022 | De collectie van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience groeit voortdurend aan. We stellen graag enkele bijzondere werken aan je voor.

Meld je aan voor de nieuwsbrief